Gaaf land

Koningsdag 2023. De oranjetompouce is met smaak verorberd, straks doen we een rondje vrijmarkt en vanavond kijken we de samenvatting van de koning op bezoek in mooi Rotterdam.

Nederland is een gaaf land, aldus Mark Rutte. Daar valt wel wat op af te dingen voor mensen die het niet zo getroffen hebben, maar toch hou ik van Holland. Emigreren is nooit een optie geweest voor mij. En godzijdank is er geen noodzaak om ons thuisland te verlaten. Het grootste verlies lijkt me dat je je moedertaal niet kunt spreken.

Ik luister graag naar de Taalstaat met Frits Spits. Luisteraars kunnen vergeten woorden adopteren die dreigen te verdwijnen.’Ik heb me het schompes gewerkt’, ‘daar moet ik even over prakkeseren’ of ‘dat is een klaploper’.

Taal verandert, omdat mensen veranderen. Ik ben misschien van de oude stempel, maar ik moet erg wennen aan Engelstalige woorden en straattaal die doorsijpelt in het alledaags taalgebruik: ‘Dit is bestwel chill’ hoor ik Siem dikwijls zeggen tegen zijn vriendjes.

Op Koningsdag draaien we thuis alleen Nederlandstalig. Ook het hedendaagse Nederlandstalige lied klinkt anders dan Paul van Vliet’s’ Meisjes van Dertien (bij deze postuum hulde aan deze woordkunstenaar). Zo gaat het, en ik kan ook de nieuwe muziek waarderen. En dat vleugje straattaal, dat neem ik dan maar voor lief..

Siem wil Flemming horen (‘Die gast weet niet hoe hij zaken doet‘), Marien gaat voor Eefje de Visser (‘Je weet toch zeker dat die bubbel bijna barst dan?) En ik? Ik zet de box hard voor Roxaenne Hazes.

Ik weet; ik bitch
Maar wat jij flikt is niet normaal
Je smeekt weer om een nieuw begin
Maar schat het heeft geen zin

Donnie Druif

Mijn eerste theaterbezoek was toen ik een jaar of 9 was in de Goudse Schouwburg. Het was een verhaal gebaseerd op Mary Poppins en ik was diep onder de indruk. Ik mocht daarna van mijn ouders naar de Goudse Garenspinnerij om theaterlessen te volgen bij Theo Ham samen met mijn vriendin Marianne. Verkleden was altijd al onze favoriete bezigheid.

Mijn liefde voor theater is nooit verdwenen. De spanning voordat het begint, de sfeer, het spelplezier van de acteurs, het licht en decor; de andere wereld waar je instapt.

Met Marianne en onze inmiddels 9-jarige kinderen bezochten we vandaag de voorstelling ‘Wat vreet er aan Donnie Druif’, losjes gebaseerd op John Irving’s boek ‘Who’s eating Gilbert Grape’ in theater Zuidplein. Super leuke voorstelling met fantastische muziek van Marmoucha Orchestra. Ik word hier gelukkig van.

On-echt kind

Het motto van ‘Al mijn moeders’ is een versregel van Bertolt Brecht: ‘die im Dunkeln sieht man nicht’. Het beeld van de geschiedenis wordt vaak bepaald door de rijken, de machtigen; hun namen leven zelfs voort op straatnaambordjes. Maar het grootste gedeelte van de mensen was arm, hardwerkend en onbekend.

Anita Terpstra onderzoekt in dit boek haar familiegeschiedenis uit het Friese dorp Harkema: een streek berucht om zijn extreme armoede, inteelt, alcoholisme en analfabetisme. Ik houd van dit soort geneologisch onderzoek. Hoewel ik dit boek wel een wat droge opsomming van archief-vondsten vond.

Ook mijn familiegeschiedenis is geen verhaal van notabelen; het speelt zich grootdeels af op het platteland van Lange Ruige Weide (het latere Driebruggen). Mijn oma Uittenbroek -hieronder de verlovingsfoto met mijn opa- deed de fascinerende uitspraak dat haar schoonvader een “on-echt kind” was.

De broer van mijn moeder, mijn ome Jan Uittenbroek- (https://januittenbroek.blogspot.com/2010/12/genealogie.html) is jaren geleden in de archieven gedoken. Hij ontdekte inderdaad dat mijn overgrootvader (ook Jan) een “niet-erkende zoon” was van Johanna Uittenbroek (geb.1854). Hieronder een foto van mijn overgrootvader Jan Uittenbroek.

Zijn geboorte werd aangegeven bij de gemeente Lange Ruige Weide door de dorpsdokter. Jan heeft uitgezocht op welke boerderij Jannigje verbleef ten tijde van de verwekking. De zoon van deze familie staat genoteerd als getuige van het huwelijk van Jannigje met haar latere echtgenoot.

Zo’n verhaal maakt mij nieuwsgierig. Jannigje werkte waarschijnlijk als dienstmeisje op een boerderij rond 1870. Zou ze verliefd zijn geworden op de zoon van de boer? Dat hij later getuige was op haar huwelijk is toch opmerkelijk. Hielden zij van elkaar maar was het standsverschil te groot? Zorgde de boerenzoon financieel misschien nog voor de kleine Jan?

Het prikkelt mijn fantasie. Dit on-echte kind heeft in elk geval een behoorlijk echte kinderschare voortgebracht.

Wonden

Zoals ieder jaar op Goede Vrijdag laat ik (stukken uit) de Matthaus Passion horen in mijn beide (verpleeg-)huizen. Steeds weer ben ik verrast hoeveel bewoners erop af komen, en hoe de sfeer is tijdens dit uur. Sommige mensen luisteren met gesloten ogen, anderen zingen zachtjes de koralen mee, velen zijn geëmotioneerd.

Graag lees ik een boek dat bij deze stille tijd past. Dit keer is dat De Vijf Wonden van Kirstin Valdez Quade. Het verhaal gaat over de 33-jarige werkloze alcoholist Amadeo die de rol van Jezus heeft gekregen in de Goede Vrijdag processie. Dan staat zijn hoogzwangere tienerdochter Angel op de stoep die na een ruzie met haar moeder bij hem -en zijn moeder- wil intrekken. Ondertussen worstelt oma met de diagnose dat ze een hersentumor heeft en niet meer lang te leven heeft.

Het is een lijvig boek van ruim 500 pagina’s, maar ik word volledig in beslag genomen door het leven van deze gebutste, weinig succesvolle familie in een kansloos stadje in New Mexico. De auteur heeft prachtige personages gecreëerd; echte mensen van vlees en bloed die worstelen met alle thema’s die ook in de Mattheus zitten: zonde, spijt, boetedoening, vergeving, geloof, hoop en liefde.

Daarom raakt het passie verhaal ons ieder jaar opnieuw. Of dat nu in de Passion is op TV, in Jesus Christ Superstar, in de Matthaus Passion of middels een goed boek zoals de Vijf Wonden. Het gaat over het leven. Het gaat over ons.

Lekkere bek vol tanden

Toen ik de oma van Marien voor het ’t eerst ontmoette zei ze: Zo, jij hebt een lekkere bek vol tanden. Daarmee wilde ze zeggen dat haar kleinzoon een goede vangst had gedaan.

Met oma, trouwen 3 mei 2008

Tegenwoordig poetst iedereen minstens 2 keer per dag zijn tanden -veelal elektrisch-, bezoeken we frequent de tandarts en/of de mondhygiënist en Siem heeft inmiddels zijn eerste beugel al achter de rug. Dat was vroeger wel anders..

In het boek Gouden Jaren van Annegreet Bergen staat dat in de jaren ’50 veel meisjes op het platteland, met name in de Biblebelt, voor hun trouwen een kunstgebit kregen ook al moest daarvoor hun gezonde gebit worden getrokken. Op die manier voorkwamen de ouders van de bruid dat de jonge echtgenoot in de buidel zou moeten tasten wanneer hun dochter problemen met het gebit zou krijgen.

Ik kreeg het boek van Van Bergen te leen van een collega. Het laat zien hoe ons dagelijks leven onvoorstelbaar is veranderd in een halve eeuw. Gister bladerde ik nog door vergeelde jaren ’70 fotoalbums met een bewoner. Glaasjes met sigaretten stonden op tafel bij een verjaardag, vakantiefoto’s die vooral fietstochtjes op de Veluwe of een dagje naar het strand tonen. Een dame van in de negentig vertelde dat ze haar verkering ontmoette doordat ze op de Zwartjanstraat ging ‘lopen’ De jongens liepen aan de ene kant van de straat en de meisjes liepen arm-in-arm aan de overkant. En dan maar kijken…

Een paar weken terug lunchte ik met een paar jonge collega’s. Zij hadden hun partner allemaal via een datingsite ontmoet. Opeens keken ze mij aan en vroegen hoe ik dat vroeger deed..

Ik vertelde dat dat ‘vroeger’ gewoon in het wild gebeurde, bij een theaterproductie in ons geval. Marien stuurde mij een berichtje via e-mail- dat dan wel- met de tekst: He glimlach, zullen wij eens wat gaan drinken?

Daar ga je. Die lekkere bek vol tanden gaf vast de doorslag