Laatste groet

Anderhalf jaar geleden stond er bij de receptie van Liduina een pakketje met mijn naam erop. Er zaten spulletjes in van een vrouw die ik een tijdlang begeleid had. Ze had dementie, was vaak angstig en overleed aan de gevolgen van corona. Vrienden die haar huis hebben leeggehaald besloten dat er ook wat spulletjes waren voor de mensen in het verpleeghuis die haar in de laatste levensfase hadden bijgestaan.

Ik las haar vaak voor uit Toon Tellegen, uit haar eigen boekenkast. Daar kon ze -ondanks haar lijden- nog altijd om glimlachen. In het pakketje zat een beschilderd doosje met stenen en schelpen, een beeldje, bundels van Toon Tellegen, en een kopie van een briefje dat haar vrienden in haar brievenstandaard hadden gevonden en dat mij nog altijd kan ontroeren.

“Mijn laatste groet is voor hen die mij in mijn onvolmaaktheid kenden en mij liefhadden” Tagore

Vanmiddag ga ik voor tijdens een viering van het Oecumenisch Initiatief Gouda. Het thema is ‘Jij doet ertoe’. Ik ben geïnspireerd door die kleine vrouw die dat briefje met haar laatste groet in haar brievenstandaard achterliet.

Onderstaand gedicht komt uit een van de bundels en zal vanmiddag gelezen worden. Ik vind het prachtig:

Ik lig in bed.

Ik hoor mijn moeders voetstappen wegsterven

op de trap.

Nu heeft ze mij nog in haar hoofd

Nu wat anders.

Er is zoveel anders, anders

dan ik.

Ik kijk het donker in

en denk aan eindig en oneindigheid

en aan ontij en ontijdigheid,

Ik ben oud genoeg om over niets gerust te zijn:

er zijn zoveel moerassen en uitslaande branden

en zoveel verroeste en halfgezonken wrakken

en langzaam in de modder wegzakkende karren

en zoveel blinden en zoveel lammen

en van zoveel schapen in de sneeuw de karkassen

en zoveel zwanen en zwarte ganzen

in dichtgevroren wakken

en onder ijzel bezwijkende takken

van berken en dode sparren

in de donkere bossen van de Archangel

en nergens en nooit met wat anders

en nu denkt ze weer aan mij

denkt aan mij

denkt denkt

aan mij

mij.

Vergeten

Het is alweer 9 jaar geleden dat ik geopereerd ben in het LUMC. Het was een donkere periode in mijn leven. Ik denk er niet zoveel meer aan, maar afgelopen week kwam het ter sprake toen ik met een collega een broodje at in Leiden, met uitzicht op het ziekenhuis.

Ze vroeg me wat er is achter gebleven na de ziekteperiode. Lichamelijk nagenoeg niets godzijdank. Wel de vraag wie of wat je bent als mens. De (hormoon-)ziekte had een enorm effect op mijn gedrag, cognitie en emoties. Ik was mezelf niet. Maar wie ben je dan wel in wezen? Is er een ziel die je diepste kern is en die onaangetast blijft als een hersenziekte of psychische aandoening bezit van je neemt?

Precies die vraag stelt acteur Arjan Ederveen in ‘Vergeten’, het concert over dementie waar we -na het broodje-naartoe gingen in de Stadsgehoorzaal van Leiden.

“En hoe zit het dan met mijn ziel? Wordt die ook aangevreten door die verdomde eiwitten?

Het Nederlands Kamerkoor, fluitist Erik Bosgraaf en Ederveen laten je op indrukwekkende wijze ervaren, in zang en spel, hoe het er in het hoofd van iemand met dementie aan toe gaat. Desoriëntatie, angst en machteloosheid.

Wie is de mens, en waarom is er lijden? Die vragen klonken ook in het indrukwekkende ”Warum ist das Leben gegeben dem Muhseligen?’ van Brahms. Een antwoord geeft de voorstelling natuurlijk niet. Wel confrontatie, herkenning en stof tot bezinning.

haiku

Afgelopen weekend dronk ik koffie op een zonnig terras in Utrecht met mijn nicht José. We delen de liefde voor taal. Ze kan prachtig schrijven, en zo kwamen we te spreken over haiku’s. Een haiku is van oorsprong Japanse dichtvorm zonder rijm, die drie versregels heeft van respectievelijk vijf, zeven en vijf lettergrepen. Kees van Kooten vertelt in Trouw dat hij verslaafd is geraakt aan het schrijven van deze korte gedichtjes, en zo heeft hij vorig jaar een bundel van 575 haiku’s (‘haikoots’) gepubliceerd. Hij geeft een aantal tips voor het schrijven waarvan de belangrijkste is: ‘Gewoon goed rondkijken, niet de hele tijd op je aaifoon zitten’.

Zo gezegd. Zondag trok ik met man en kind de natuur in. Siem in biologen-tenue en gewapend met verrekijker en vergrootglas. Heerlijke wandeling bij de Nieuwkoopse Plassen. En verhip. Rolt er toch wat uit mijn pen:

De uil draaide door

toen zijn nek zes maal draaide

hij werd tureluur

Oude mannen opgepast

Na acht maanden in Crooswijk gewerkt te hebben, ben ik de afgelopen week gestart in een ander verpleeghuis van Laurens; in Blijdorp. Wonderlijk. Alsof de geschiedenis zich herhaalt verkas ik -net als in mijn studententijd- van het oude noorden naar Blijdorp.

Ik realiseerde ik mij met lichte verbijstering dat het bijna 20 jaar geleden is dat ik de kamer van Annette overnam aan de Stadhoudersweg. Ik was toen student maatschappelijk werk. Het lijkt wel gisteren. Boodschappen doen aan het Bentickplein bij de Bas van der Heijden, picknicken in het Vroesenpark, met z’n allen bij de -enige- gaskachel in de voorkamer kijken naar Goede Tijden Slechte Tijden (toen een nieuwe soap..). Ik heb een geweldige tijd gehad.

Onder ons woonde een oude meneer die we Meneer Poep noemden, omdat het nogal “na-geurde” als hij in het portiek was geweest. Ik interviewde de beste man voor mijn afstudeer-onderzoek, naar verwaarloosde oude mannen en hun -door mij vermeende- gebrek aan zingeving.

Mijn hypothese rammelde aan alle kanten en ook de onderzoeksmethode zou ik nu als twijfelachtig beoordelen maar mijn afstudeerdocent MWD schreef: ‘Als Mirjam net zo voortvarend te werk gaat met de studie wereldgodsdiensten als met haar opleiding MWD, voorzie ik een religieuze opleving onder oude mannen’.

Of hij gelijk zal krijgen, zal nu moeten gaan blijken in Huize Blijdorp. Alle oude mannen opgepast!

Bergastronaut

Voor het eerst voelde het een beetje ongepast om op vakantie te gaan. De nieuwsberichten van bosbranden, overstromingen, alle bedreigingen maakte me onrustig en angstig. Was het wel kies om een ‘leuke chambree-d-hote’ te boeken en op reis te gaan met je corona-check-app? Maar we gingen. Om te wandelen in de bergen.

In de Alpen maakten we een lange wandeling in National Parc Venoise, waar onze camping aan grensde. Een gebied met overweldigend mooie berggezichten, alpenweiden vol bloemen, zicht op sneeuwtoppen. Wandelaars in de bergen zeggen elkaar allemaal gedag, helpen elkaar over riviertjes en beken, lenen elkaar pleisters. Wandelen in de bergen geeft een gevoel van verbondenheid met elkaar en met dat prachtige landschap.

Net voor de vakantie luisterde ik de podcast Stadsastronaut van theatermaker Marjolijn van Heemstra. In een bloedhete zomernacht in 2019 kon ze niet slapen door gedachten aan de kap van tropische bossen, het smelten van ijskappen. Ze dacht aan astronauten die na hun ‘kosmische ervaring’ blijvend veranderd terugkeren van hun ruimtereis. Wanneer je die prachtige groenblauwe bol in dat oneindige heelal ziet zweven realiseer je je hoe kwetsbaar we erbij hangen, en dat alles met alles met elkaar verbonden is op onze planeet. Afstand creëert een gevoel van nabijheid, aldus Van Heemstra.

Wat ik mooi vind aan de podcast is dat ze niet alleen een schurend en urgent verhaal vertelt, maar ook een perspectief aanreikt:

‘Als we met al ons gedoe kunnen overleven in een ijskoude diepzwarte kosmos, dan kunnen we toch ook de kloof in een verdeelde buurt wel dichten, dan kunnen we ons toch verenigen om de klimaatontwrichting het hoofd te bieden?’

Afstand (door op vakantie te gaan en even geen journaal te kijken) heeft mij inderdaad een gevoel van nabijheid en betrokkenheid opgeleverd. We zijn als aardbewoners tot in onze vezels met elkaar verbonden. We moeten er samen tegenaan.

https://podcasts.apple.com/nl/podcast/stadsastronaut/id1490835573