troost van de herfst

Het is koud in het verpleeghuis. Op de gangen en op kantoor staan de ramen open; ventilatie. Helaas kon vrijdag de viering die ik had voorbereid niet doorgaan. We nemen geen risico- terecht- met groepsactiviteiten. Ik voel de onrust bij bewoners en medewerkers stijgen. Ook bij mij. Het wordt een lang, koud najaar met grote uitdagingen. Ook op sociaal gebied; blijven we met elkaar verbonden zoals tijdens de eerste golf?

In de Volkskrant van dit weekend stond een mooi essay: Biedt de herfst dit jaar toch nog enige troost? van Sander van Walsum. Dit jaar versterkt corona de herfst-melancholie, denkt René Diekstra. De beleving van de wereld zal nog grijzer zijn dan in andere jaren.

De herfst is het jaargetijde waarin mensen gaan schrijven, dichten en schilderen om de demonen die hen besluipen te verdrijven. ‘Zonder melancholie zou er slechts lichtzinnige en oppervlakkige geluks-cultuur zijn die de tragiek van het leven miskent (..) Onrust baart elegantie,’ schreef Eric G. Wilson in Against Happiness. Onrust baart elegantie. Inderdaad. Ik hou erg van Nick Drake, Leonard Cohen en Rutger Kopland.

Gister heb ik me in ieder geval nog gelaafd aan de schoonheid van de nazomer en gewarmd aan de laatste zonnestralen in eigen tuin. En ik bakte een appeltaart met pruimen. Om een bodempje te leggen…

Dag-gedicht van vandaag- 27 september- uit: ‘Ik wou dat ik een vogel was’, een natuurgedicht voor iedere dag

Het is vandaag zo’n dag

tussen herfst en zomer in

dat alles ruikt naar appels

en een brok betovering.

In mijn buik voel ik nog warmte

van een ver vakantieland

maar buiten waait een briesje

dat speels kriebelt aan mijn hand

De blaadjes van de bomen

zijn gemaakt van glimmend goud.

Ik geniet van ieder sprankje,

want morgen wordt het koud.

Reine de Pelseneer

Zwarte Schuur

Omdat ik verkouden was afgelopen weekend, moest ik gister door de corona-teststraat. Respect voor de ingepakte GGD-medewerkers die aan de lopende band wattenstaafjes in neuzen en kelen steken, deskundig en vriendelijk blijvend in zo’n unheimische parkeergarage.

Ik werkte dus de afgelopen dagen vanuit huis. Een voordeel: ik kon lekker lunchen in de nazomerzon met het laatste stukje van Zwarte Schuur van Oek de Jong. Wat een meesterlijk boek!

Het boek start als de schilder Maris Coppoolse en zijn vrouw Fran onderweg zijn naar de opening van zijn overzichts-tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Maris en Fran zijn 20 jaar samen, en hun huwelijk zit in een dal. ‘Zwijgend zaten ze in de taxi’, is de openingszin. De toon is gezet.

Na de tentoonstelling verschijnt er ook nog eens een artikel waarin wordt onthuld dat Maris als 14-jarige de dood van zijn buurmeisje Matty op zijn geweten heeft. Maris is verminkt door dit trauma uit zijn jeugd; hij draagt zijn hele leven deze schuld met zich mee.

Oek de Jong schrijft indrukwekkend over menselijke relaties en psychologie, zeer dicht op de huid. Door minutieus de handelingen te beschrijven en de levensechte dialogen is het alsof je bij Maris en Fran aan tafel zit en je ze al jaren kent. Dries Muus schrijft in het Parool: ‘Zwarte schuur is meeslepend, soms adembenemend, verbluffend inzichtelijk en echter dan de meeste dagen in je leven.’

Het duurt even voordat je uit de bubbel van zo’n intens boek bent.

Gelukkig kreeg ik vanmorgen vroeg de uitslag van de test: negatief! Ik mag mij weer in het publieke en werkzame leven storten. Maar Zwarte Schuur zal nog wel een tijdje bij me blijven.

passie in het verpleeghuis

Gelukkig is er weer wat meer mogelijk in het verpleeghuis. Kleine activiteiten zijn voorzichtig gestart op 1,5 meter. En hoera! Vrijdag is er weer klassieke muziek en poëzie. Bewoners, maar ook medeorganisator Peter en ik, genieten steeds weer erg van deze bijeenkomsten. De voorbereiding kost veel tijd, maar ik vind het ook heel leuk in de avonduren mooie muziek en gedichten op te zoeken.

Geïnspireerd was ik dit keer door Wendes Kaleidoscoop –de Uitmarkt-uitzending van 2020. Zangeres Wende Snijders heeft kunstenaars uit verschillende werelden en genres briljant bij elkaar op het podium gebracht. Er was veel moois te zien. Ik was geroerd door het prachtige duet Pur ti miro van sopraan Claron McFadden en Die Verdammte Spiererei.

Het lied komt uit de opera L’incoronazione di Poppea die Claudio Monteverdi in 1642 schreef. Het was het eerste liefdesduet uit de opera-geschiedenis, en misschien ook wel gelijk de mooiste. Stemmen en muziek versmelten met elkaar. Het duet uit de uitzending is terug te zien via NPO. De uitvoering die ik vrijdag zal laten horen is deze van sopraan Lette Vos en countertenor Tobias Segura Peralta.

‘Geheim Gedicht’ van Ingmar Heytze heb ik erbij gekozen. Een beetje passie in het verpleeghuis kan nooit kwaad…

Vannacht heb ik een zoen begraven.

Hij lag dertien maanden tussen ons in

en jij had al een paar keer gevraagd:

wat ligt daar nou toch steeds.

Toen je eindelijk sliep, drukte ik

de zoen met mijn lippen in een doosje

vol watten en liep naar de tuin. Daar

groef ik een graf van twee monden diep

onder de beuk. De duizend zoenen

die volgend jaar rood en zoet uit de takken

komen waaien, zijn allemaal voor jou.

Lezen in corona tijd

Bij het zondagse ontbijt vanmorgen las ik in de Volkskrant een interview met de 25-jarige kroegbaas uit het Oostenrijkse Ischgl. Zijn bar wordt gezien als corona-brandhaard van Europa. Hem wordt gevraagd of hij zich schuldig voelt.

‘Het spijt me erg voor de mensen die hier besmet zijn geraakt. Maar ik kan me niet voor al die mensen schuldig voelen, heel duidelijk niet. Als er een schuldige is, dan het virus zelf.’

Na de koffie las ik verder in de roman Nemesis van Philip Roth. Het is een boek uit 2010 waarin ook een virus de hoofdrol speelt: kinderverlamming. Het verhaal speelt zich af in 1944 in de Amerikaanse stad Newark waar een polio-epidemie dood en verderf zaait onder kinderen in een joodse wijk. De hoofdpersoon is speelplaatsleider Bucky Cantor, een atletische plichtgetrouwe jongeman van 23 die wordt geconfronteerd met steeds meer ziekte-en sterfgevallen onder zijn pupillen. Hij worstelt met verantwoordelijkheidsgevoel (moet ik blijven of vluchten?) en met de schuldvraag: is er een God die dit allemaal toestaat, en wat als je zelf het virus zou verspreiden?

Een actueel, beklemmend en ontroerend verhaal, barstensvol parallellen met de actualiteit: handenwassen, mondkapjes, desinfectie, quarantaine, complottheorieën, zondebokken; het komt allemaal voorbij.

En de schuldvraag is natuurlijk ook van alle tijden. Of je nou een jonge kroegbaas bent uit Tirol in 2020 of een jonge gymleraar in 1944.

Zeer de moeite waard om dit boek (zeker in deze corona-tijd!) te lezen.

Boekenblues

Vakantie betekent voor mij een tas met boeken mee. Deze keer had ik de debuutroman van Benedict Wells mee: Becks laatste zomer. Ik las Portret van een man van de Deen Jens Christian Grøndahl en ik nam de tijd voor het vuistdikke ‘Het lot van de familie Meijer’ van Charles Lewinsky. Alle drie goed, hoewel totaal verschillend in thematiek, schrijfstijl en verhaal.

Wat maakt een boek goed? Ilja Leonard Pfeiffer, laatste Zomergast van dit seizoen zei daar iets moois over:

Het allerbelangrijkste van een roman is het decor. Wat je bijblijft is de sfeer, dat is hetgeen wat je weer naar het boek doet grijpen.”

Vaak weet je na een tijdje het verhaal , plot of de naam van de hoofdpersoon niet meer zo goed, maar de sfeer blijft hangen.

Ik ben weer drie keer volledig opgegaan in die sfeerwereld. Zeker na de 650 pagina’s over de familie Meijer deed het een beetje pijn om afscheid te nemen van de personages en hun wereld te verlaten. Terwijl –dat moet gezegd- het daadwerkelijke decor waarin ik las; de Franse Alpen ook adembenemend was..

Marien heeft weleens gemopperd over de ongezelligheid van een lezende vrouw. Hij bereidt zich inmiddels voor en leest zelf ook boeken op vakantie.

Onderstaand gedicht van Joke van Leeuwen zal hem dan ook bekend voorkomen:

Boekenblues

Jij leest boeken bij het opstaan
jij leest boeken in het bad
jij kunt lezend op je kop staan
jij loopt lezend door de stad
en jij weet alles van de maatschappij

maar liefje, wanneer lees je mij?

Jij leest boeken op terrassen
in de bergen, aan een meer
jij blijft lezen bij het plassen
en aan tafel lees je weer
en jij weet alles van de maatschappij

maar liefje, wanneer lees je mij?

jij leest boeken in de bomen
jij blijft lezen in de mist
jij blijft lezen bij het flossen
je zult nog lezen in je kist
en jij weet alles van de maatschappij

maar liefje, wanneer lees je mij?

Ik ga schrijven op mijn benen
ik ga schrijven met de hand
van mijn hoofd tot aan mijn tenen
op mijn voor- en achterkant
en dan schrijf ik wat ik net al zei:

LIEFJE! LIEFJE! LEES JE MIJ?!

O yeah