Poppenspel

Als kind speelde ik graag met anderen: samen verkleden of toneelstukjes maken. Ook vermaakte ik me prima in m’n eentje; eindeloos tekenen, verhalen schrijven. Bij Siem zie ik soortgelijke voorkeuren. Gisteren had hij de dag van z’n leven als linkerhand van Goudse Gigant Floris de Vijfde, een van de reuze-poppen die kunstenaar Evert Josemanders maakte voor Gouda750. Helemaal in zijn element schudde hij iedereen de hand, en vertelde dat hij dat de stad aan hem haar stadsrechten te danken heeft.

Psychiater en pionier op het gebied van spel-onderzoek Stuart Brown onderscheidt acht spel- types:

Het spel van de grappenmaker speelt met zin en onzin en maakt anderen aan het lachen met bijzondere invalshoeken en onverwachte kwinkslagen. De grappenmaker nodigt mensen uit om naar zichzelf te kijken en brengt vaste gewoonten ter sprake.

De beweger wil bewegen, zijn lichaam voelen en stimuleren. Bewegers zijn dol op zwemmen, rennen, dansen, wandelen, yoga, voetballen – niet in de eerste plaats vanwege de competitie maar omdat ze dit zo graag doen. Ze willen hun lijf voelen en ontdekken hoe ver ze kunnen gaan.

We beginnen allemaal als onderzoeker of verkenner als we als kind eindeloos de wereld onderzoeken. Onderzoekende spelers blijven hier plezier in vinden. Sommigen gaan op reis naar steeds nieuwe plekken, anderen zoeken steeds een nieuwe emotie of beleving op (in muziek bijvoorbeeld).

De uitvinder wil een oplossing vinden voor een bestaand probleem of iets nieuws creëren dat het leven vergemakkelijkt. De uitvinder speelt met gedachten en materialen, bedenkt nieuwe combinaties, maakt nieuwe producten, kijkt of iets werkt en hoe iets beter of mooier gemaakt kan worden.

De strijder of uitdager houdt van spelen met duidelijke regels, waarbij competitie belangrijk is;. Hij geniet van het spel door anderen uit te dagen en het streven om de beste te zijn.

De regisseur is een organisator, een drijvende kracht in een groep. Dol op plannen, op activiteiten uitvoeren en groepen in beweging brengen. Ze tonen hun creativiteit in het bedenken van interessante ervaringen en het bijeenbrengen van mensen met verschillende kwaliteiten.

De verzamelaar beleeft plezier aan het verzamelen van de mooie en interessante objecten of ervaringen. Verzamelaars verbinden zich vaak met gelijkgestemden en wisselen uit wat ze hebben ontdekt. Ze willen weten hoe iets werkt, brengen ordeningen en zoeken uit wat een object of ervaring aantrekkelijk maakt.

De maker wil natuurlijk iets maken – door te schilderen, hout te bewerken, potten te bakken, te breien, te tuinieren, te behangen, fotograferen. Het gaat er vaak om iets te maken dat raakt aan schoonheid.

Voor de verhalenverteller is verbeelding de sleutel tot spelen. Die is er dol op om een fantasiewereld te scheppen door dansen, toneelspelen, goochelen of schrijven. Maar ook lezers en filmkijkers, die in de wereld van een boek of film stappen en zich in de personages verplaatsen, horen bij dit speltype.

Natuurlijk ben je vaak een combinatie van speltypes. Stuart Brown benadrukt het belang om de speelse attitude bij jezelf en anderen te stimuleren en dichtbij je eigen speltype te blijven: zoek het op in werk of hobby. Bij mij lukt dat aardig durf ik te zeggen; regelmatig wat creëren, hier en daar wat grappen maken en vooral veel verhalen vertellen.

Ik denk dat we in het geval van Siem kunnen zeggen dat de appel niet zo ver van de boom valt..

Geen vliegschaamte

Ik ben geen globetrotter. Mijn meest avontuurlijke trip was onze huwelijksreis naar Jordanië en Israel. Inmiddels is iedereen wel doordrongen dat vliegen slecht is voor het milieu. Het is voor mij geen offer om dit te laten. Ik heb meer dan genoeg aan Europa. Wel lees ik graag boeken uit alle windstreken.

Deze week was ik in Zuid Afrika, met de Booker Prize- bekroonde roman ‘De Belofte’ van Damon Galgut. Het boek gaat over de witte familie Swart die een boerderij bezit in de omgeving van Pretoria. Het verhaal beslaat vier episoden, steeds met zo’n tien jaar ertussen. Steeds komt de familie bij elkaar ter gelegenheid van de begrafenis van een van de familieleden. Familieconflicten komen steeds weer bovendrijven waarvan de belangrijkste: de belofte die vader Manie deed aan zijn stervende vrouw. Hij had aan haar beloofd dat de trouwe zwarte hulp Salome het huisje naast de boerderij zou krijgen. Alleen de jongste dochter Amor brengt deze belofte steeds weer in herinnering bij haar vader, broer en zus.

Het is een familieverhaal, maar staat daarbij bol van de symboliek en verwijzingen naar de politieke en economische situatie van Zuid Afrika. Het is al met al geen vrolijk verhaal. Net als het land worstelt de familie Swart met hun geweten, niet nagekomen beloftes, slechte gewoonten, dromen, mislukkingen en verdriet.

Els van Swol, recensent van Literair Nederland schrijft: Ondanks alle geweld, lijkt het land momenteel op een keerpunt te staan. De naam Amor lijkt dit uit te drukken en houdt een belofte voor de toekomst in. 

Intrigerend boek, fascinerend land. Een aanrader deze trip naar naar Zuid Afrika zonder vliegschaamte.

Zalig

Leo Vroman overleed in 2014. Tot twee weken voor zijn dood schreef hij gedichten.

Zalig om straks as te wezen
en mijzelf uiteen te vegen,
los van vragen, vrij van vrezen.
De lokale wind en regen

waaien vredig door mij heen.
In dat sissende geluid
druk ik mij dan anders uit.
Ik word iets anders dan alleen.

Maar hoe leer ik zoek te raken
en tussen zoveel andere wolken
aan mijn afwezigheid te wennen?

Zal ik eerst slierten van mij maken,
daarmee langs een spiegel kolken
en mij niet herkennen?

april 2012

Zes lege werkkamers. Daar begint ieder hoofdstuk van Katie Roiphe’s boek ‘Het uur van het violet’ mee. Zij beschrijft zes grote denkers/schrijvers/kunstenaars in hun laatste dagen: Susan Sontag, Sigmund Freud, John Updike, Dylan Thomas, Maurice Sendak en James Salter.

De hoofdpersonen gaan allemaal anders om met hun naderende dood. Maar ze hebben 1 ding gemeen: ze willen allemaal werken tot aan hun laatste snik. Vroman zou wat dat betreft niet misstaan in het rijtje.

Je zou zeggen: waarom lees je in je vrije uren ook nog over de dood? Ja waarom. Misschien omdat in het licht van de dood, zo duidelijk wordt waar het om gaat in het leven. Of omdat het zowel beangstigend als rustgevend is dat wij allemaal vroeg of laat die weg gaan.

Katie Roiphe heeft haar eigen redenen waarom ze dit boek schrijft; dat vertelt ze in de proloog.

Hoe dan ook. Het zijn prachtige portretten geworden. Het leven spat ervan af.

Nestgeur

Vanavond bracht ik Siem naar bed. Nog even napraten. Zijn eerste vakantieweek was een groot avontuur: hutten bouwen in Gouda oost. Timmeren, spelletjes, verven, een hutbegeleidster met een angst voor spinnen door een ‘slechte ervaring’ aldus mijn zoon. Hij had de hooiwagen vakkundig weten verjagen.

’t Is te laat voor een verhaal. Een liedje kan nog wel. Zelfs als je 8 bent is zo’n vals liedje van je moeder nog wel fijn voor het slapengaan. Hij snuffelt aan mijn nek. De geur van je moeder. Daar slaap je toch het beste op.

LIEDJE VAN VERLANGEN (Chawwa Wijnberg)

Bij zacht warm moederwijf in bed

en luisteren naar

beschuit en kruimelend gesprek

haar kussens, borsten, buik, mijn

bruine benen warm, de geur

van warme, warme zachte Mam en

het verend grotemensenbed

de zonse zondagochtend lang

lui opstaan met

de koffie klimt al in de gang

en in de keuken

roostert zich het brood

moeders moeders mogen nooit

nooit dood 

De ideale dood

Als je vijf minuten over hebt: kijk eens naar dit prachtige Disney filmpje uit 1929. En vraag je dan af: hoe ziet jouw ideale dood eruit?

Misschien hoop je dat je gezond mag doorleven tot je 100e, en dan een pijnloze snelle dood sterft.  Dit zou volgens filosofe Marly Huijer helemaal passen in het moderne ideaal  van ‘rechthoekig sterven’. Maar de realiteit is anders: de aftakeling begint meestal kort na ons pensioen en duurt dan zo’n 15 jaar. Ik las haar boek ‘De toekomst van het sterven’, en ik ben het nog aan het herkauwen.

Ze introduceert een Amerikaanse bio-ethicus die jaren geleden vaststelde dat hij vanaf zijn 75e alleen nog maar naar de dokter zou gaan bij pijn, niet meer voor levensverlengende behandelingen. Betekenisvolle relaties maken het leven de moeite waard, zegt Huijer. Daarom hebben heel oude mensen er vaak geen zin meer in: al hun dierbaren zijn inmiddels gestorven. Waarom willen we zo lang mogelijk leven? Met humor stelt zij onze obsessie met risico-vermijding en lijfbehoud aan de kaak: “Aan een hartaanval op straat doodgaan dan lukt je haast niet meer. Overal hangen AED’s waarmee ze je zo reanimeren” 

Hoe verhouden we ons tot de laatste levensfase? Bereiden ziektes en aftakeling ons voor op de dood? Is de zorglast van de laatste levensfase nog op te brengen als de hele samenleving ouder wordt? Bestaat er zoiets als een juist moment van sterven?

Tijdens het lezen van dit essay realiseerde ik mij weer eens: filosofen zijn belangrijk; zij stellen wezenlijke en prikkelende vragen. Dit is eigenlijk zo’n boek dat je wilt nabespreken omdat het uitnodigt tot gesprek. Voor wie in de buurt is: kom het bij me ophalen en leest het voort! Doen we daarna een kop koffie.