Een van de boeken die ik las de afgelopen week was De Opgang van Stefan Hertmans, de Vlaamse auteur van Oorlog & Terpetijn en de Bekeerlinge. Ook dit keer start hij vanuit een gegeven uit zijn persoonlijk leven: het huis in Gent waar hij 20 jaar gewoond heeft. In datzelfde huis woonde SS-er Willem Verhulst tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In de Groene Amsterdammer beschrijft Hertmans hem als volgt:

‘He was just a satanic nobody. De banaliteit van het kwaad, zou Hannah Arendt zeggen. Als kind verloor hij een oog, zijn moeder stierf vroeg. Een kleine, slimme, narcistische jongen die snel wordt meegesleurd en droomt van grote avonturen. Hij wordt een vrouwengek en is gevoelig voor de erotisering van de macht. (..) Hij is voor mij de verpersoonlijking van het vage, ondefinieerbare kwaad dat in elk mens zit en dat in tijden van crisis naar buiten kan treden.’
Hertmans noemt zijn boek zelf een ‘historische documentaire roman’. Laat ik nou van alle drie de genres houden! De roman wordt gedragen door drie fascinerende personages: Willem, zijn vrouw Mientje, en zijn maîtresse Griet. Een satanic nobody, een devote boerendochter en een opgewekte nationaal-socialiste in een wonderlijke driehoeksverhouding.
Ik vond het boek wel lang. Hertmans zoekt het verhaal achter ieder detail uit het huis. Op een gegeven moment was ik verzadigd.
Heel vaak is het me duidelijk wat er staat, maar nu moest ik google gebruiken. Welke titels?
– Oorlog
– Terpetijn en de Bekeerlinge
Of
– Oorlog en Terpetijn
– de Bekeerlinge