Aanstaande donderdag geef ik weer een presentatie over Juliana. Ter voorbereiding las ik de roman Juni van Gerbrand Bakker
17 juni 1969: koningin Juliana brengt een bezoek aan de Wieringermeer. In het beginhoofdstuk kijk je door de ogen van ‘de oude Koningin’ naar de feestelijkheden in de polder:
‘Zij kijkt naar het dansen, alle mensen op het erf voor het Polderhuis kijken naar haar. De rokken ruisen, de klompen van de in zwarte pakken gestoken mannen klossen op het asfalt. Het bloemstuk is hinderlijk zwaar. Ze wil haar tas, ze wil haar sigaretten, ze wil even zitten. Deze kant op alstublieft majesteit. Hierbinnen staat de lunch klaar, zegt de burgemeester. Zeg toch mevrouw, man, denkt ze. Mevrouw en middageten’.
Maar Juliana speelt slechts een figurantenrol in het verhaal. Die 17e juni, -een gewone werkdag voor de koningin- is een breekpunt in het leven van Zeger en Anna Kaan en hun kinderen. Nadat de koningin Anna Kaan en haar tweejarig dochtertje Hanne nog even de hand heeft geschud, rijdt de dorpsbakker het kleine meisje dood met zijn nieuwe grijze bestelbus. Het boek vertelt hoe het boerengezin Kaan veertig jaar later nog steeds worstelt met deze noodlottige gebeurtenis.
De Kaantjes verwerken dat met het vanzelfsprekende zwijgen van een boerenfamilie. Wanneer de herinnering en het gemis pijnlijk duidelijk wordt- zoals na het mislukte 40-jarig huwelijksfeest (“Wij kunnen dat niet feestvieren”) gaat Anna Kaan voor een paar dagen ‘op het stro liggen’. Dat heeft ze vaker gedaan de afgelopen veertig jaar, alle familieleden schikken zich daarin en weten dat ze wel weer naar beneden komt (ze krijgt toch een keer honger). Haar man Zeger houdt de keren ‘op het stro’ wel bij in een schriftje waar in de loop van de tijd ook dode bomen in de tuin in staan genoteerd. Met een pak bokkenpootjes, een fles water en een fles advocaat verschanst Anna zich op de hooizolder en weigert te praten of naar beneden te komen. Ze blijft daar het hele boek. Niet alleen de familie Kaan lijdt nog steeds onder het drama. Ook oude dorpsbakker Blom (met het schrale gezicht) probeert de gebeurtenis van de 17e juni een plek te geven; hij drinkt teveel citroenbrandewijntjes en zoekt naar een manier om uiting te geven aan zijn spijt. Hij wil de foto geven aan de familie Kaan, die hij lange tijd verstopt had; een foto van Hanne op de dag van haar sterven: samen met koningin Juliana die haar over haar wang strijkt …
Een hartverscheurende tragi-komische vertelling die ik niet had willen missen.

Het klinkt allemaal nogal tragisch en niet zo komisch. En Juliana past wel in dat beeld.