Vorige week startte Siem op de basisschool. Daar ging onze vierjarige, gewapend met broodtrommel, geschild appeltje en Buurman en Buurman in zijn rugtas. De tijd van vrijblijvendheid is voorbij. Er wordt vanaf nu aan verwacht dat hij iedere dag om half negen netjes op zijn stoel in de kring gaat zitten. In het gareel. Het valt hem nog niet mee. Dinsdagochtend vroeg hij benepen: Mama, is het al weekend?
Voor mijn leesgroep las ik Harnas van Hansaplast van Charlotte Mutsaers. Zij schrijft over haar zonderlinge broer Barend die het niet lukte in het gareel van de samenleving te geraken. Hij stierf op 51-jarige leeftijd; dood gevonden tussen stapels porno in zijn ouderlijke woning. In het boek vertelt Mutsaers hoe zij samen met haar zus zijn huis, haar ouderlijke woning, leegruimt. In het enorme grachtenpand in de Utrechtse binnenstad leefde Barend in eenzaamheid in een stoffige uitdragerij van spullen.
‘Harnas van Hansaplast’ biedt een intrigerende dooltocht door de ziel van een gekneusde, asociale maar ook excentrieke en intelligente kluizenaar, zo iemand die de wereld links laat liggen maar waarin een heel parallel universum verborgen gaat’ schrijft Rob Schouten in Trouw. Het is een treurig maar intrigerend relaas. Mutsaers schrijft geestig en onvoorspelbaar. Ze beschrijft op haar eigen wijze haar gezin van herkomst; een verzameling van outcasts. Dapper, excentriek maar ook kil en onveilig. Barend heeft zijn plek in de samenleving nooit kunnen vinden. Charlotte heeft haar onaangepastheid weten om te zetten in een kunstvorm, maar het gevoel van buitenstaander-zijn is ook bij haar altijd gebleven. In de boekengroep spraken we lang over het boek omdat het thema’s raakt als: hoe goed kun je een ander kennen? Wanneer ben je een paradijsvogel en wanneer ben je een asociaal of pathologisch? Wanneer plaats je jezelf buiten een samenleving en wanneer doet de samenleving dat met jou?
Siem heeft zijn eerste schreden gezet in het Nederlands schoolsysteem. Hij leert daar lezen,schrijven en rekenen maar ook burgerschapsvorming. En dat kan ik alleen maar toejuichen want die vaardigheden zijn minstens zo belangrijk. Ik hoop voor Siem dat hij zich thuis zal gaan voelen in het systeem en tegelijk voldoende ruimte ervaart om zijn kleurrijke zelf te zijn en zo nodig het systeem kritisch te bevragen.

Halleluja is de titel van de verhalenbundel die ik las van de Vlaamse auteur Annelies Verbeke. Een hele roman lezen lukte niet erg met mijn vermoeide hoofd, vandaar deze verhalenbundel. Ze zijn geestig en razend knap geschreven, maar soms wel erg kort en te absurd naar mijn smaak. Een vrouw die bij het ontwaken in een schurftige oude beer is veranderd. Een dochter die haar bejaarde moeder in een verpleeghuis brengt waar een sexy robot zich over haar ontfermt. Of een sportschool medewerkster die verliefd wordt op een rossige Turk die door de anabolen impotent is geworden.. Het eerste verhaal vond ik echter briljant. Het wordt beschreven vanuit het perspectief van een huilbaby die in de toekomst kan kijken (‘hij is nog alwetend’)
Op kerstavond las ik Een onberispelijke man van Jane Gardam uit. Deze auteur is in Nederland nog nauwelijks bekend. Nu ik haar ontdekt heb ga ik zeker meer van haar lezen. De roman begint –hoe toepasselijk- als kerstverhaal. Twee oude juristen- altijd elkaars opponent geweest-brengen tegen wil en dank de kerst samen door. Vervolgens ontspint zich het verhaal van Sir Edward Feathers. Eddy Feathers is een kind van een ambtenaar in Brits Maleisië. Zijn moeder overlijdt in het kraambed. Zijn vader kijkt niet naar hem om en hij groeit op bij de Maleise dienstbode/min en haar gezin. Op zijn vierde wordt hij op de boot gezet naar Engeland voor een gedegen Britse opvoeding. Hij wordt bij een pleeggezin in Wales ondergebracht, en vervolgens gaat hij naar kostschool en de universiteit. Na een paar jaar sappelen als juridisch klerk in Londen vertrekt hij naar Hong Kong waar hij een zeer succesvol rechter wordt. Hij trouwt met Betty en na zijn pensionering trekken zij zich terug op het Engelse platteland. Betty overlijdt als zij tulpen aan het planten is.
Bij ’t licht van de kerstboom las ik ‘Laat me nooit alleen’ van Nobelprijs winnaar Kazuo Ishiguro. Hoofdpersoon Kathy blikt terug op haar jeugd op een Engelse kostschool. Ze heeft alledaagse kinder-herinneringen, beschrijft intense puber-vriendschappen maar toch klopt er iets niet. Zo wordt er nooit over ouders gerept, moeten de kinderen iedere maand een medische keuring ondergaan en rust er op roken een absoluut taboe. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat het hier niet om gewone kinderen gaat, maar om een groep menselijke klonen die worden klaargestoomd om orgaandonor te worden..