Moskee en Diner

Na eerdere succesvolle edities van ons Zinzoekersnetwerk (we memoreren de Franse Joie-de-Vivre bijeenkomst, de avond vol Duitse melancholie en de Soep & Boek) togen we gisteravond met een groep van 10 Zinzoekers naar de El Fath moskee in Gouda. We werden warm ontvangen en kregen een rondleiding door het gebedshuis en dronken thee. We spraken over geloof, traditie, meditatie en gebed.

zoals altijd met prachtige foto’s van Maaike

Daarna streken we neer in onze eigen groene oase waar Marien al zijn liefde en toewijding in verrukkelijke vegetarische Midden-Oosten gerechten had gestoken. We bogen ons met elkaar over het begrip ‘heilig’. Wat is voor jou heilig? Op welke plekken of op welke momenten heb jij iets van heiligheid gevoeld?

Als nuchtere Hollanders vinden wij heiligheid een lastig begrip, maar al pratend kwamen we toch op bijzondere momenten van saamhorigheid, eerbied, je opgenomen weten in een groter geheel, verwondering.

Ik geniet enorm van dit soort gesprekken en ontmoetingen. Die zijn heilig voor me.

Dido

De mens in zijn tekort en het noodlot, daarover gaat het verhaal van Dido en Aeneas. Door de mooie muziek word je getroost. De onmogelijkheid wordt getroost door de schoonheid.

Dit zegt Dirk de Wachter in de podcast ‘Dido en de noodlottigheid van het bestaan’. De podcast is overigens de moeite van het beluisteren waard.

De opera Dido en Aeneas van Henry Purcell werd 330 jaar geleden voor het eerst opgevoerd en heeft nog steeds veel fans. Het is het dramatische liefdesverhaal van koningin Dido en de Trojaanse prins Aeneas.

Zaterdag mocht ik de verteller zijn in de uitvoering van dit stuk door het koor Toonkunst in de Goudse schouwburg. Vriend Janjaap regisseerde, en hij vroeg me of ik hieraan wilde meewerken. Ik heb genoten op dat grote podium, met professionele solisten, een barok ensemble en een groot koor.

Schoonheid in een gevulde koek

Plato noemt ‘het goede, ware en schone.’ als belangrijkste waarden voor mensen. Het verlangen om goed te doen, de drang naar juiste kennis en de zoektocht naar schoonheid.

Over die laatste had ik vorige week een studiedag. Geestelijk verzorgers richten zich naast de dimensies spiritualiteit en ethiek namelijk ook op esthetiek. Ervaringen van schoonheid in natuur of cultuur. Er zijn altijd aanknopingspunten wanneer je bij een bewoner op bezoek bent.

Een schilderij boven het bed van een schip op woeste zee, modeltreinen in een vitrinekast, samen luisteren naar een lied van Schubert, een vaas met verse bloemen..

Het zal niet verrassen dat ik schoonheid vaak zoek -en vind- in de taal en de muziek. Maar tijdens deze studiedag kwamen ook andere zintuigen aan bod: geur en smaak.

Donderdag kwam ik bij een dame in een gezellige groene zomerjurk (‘die heb ik al dertig jaar!’). Ze bood me een gevulde koek aan. Ik sla eigenlijk altijd af, maar vandaag -geïnspireerd door die studiedag- aten we samen. Ik vroeg haar of zij altijd deelde, en er ontstond een gesprek over haar jeugd. Hoe zij als elfjarig meisje tijdens de oorlog op voedseltocht ging. Een Duitser op de brug beschermde haar tegen rondvliegende kogels. De boeren deelden een aardappel of een paar spruiten met haar. Delen is sindsdien voor haar een tweede natuur. Lekker he? zegt ze als ik mijn laatste hap neem.

We aten samen en zij deelde niet alleen haar koek met mij maar ook haar verhaal en wijsheid. Als daar geen schoonheid in schuilt.

Gabbers

Op zijn allereerste schooldag zat Siem op het randje van de zandbak. Hij voelde zich alleen. Er kwam een jongetje naast hem zitten die zei: Jij mist je moeder zeker? Dat had ik ook.

Guus was een maand eerder begonnen in groep 1. Daar bij die zandbak is de vriendschap beklonken.

Met Guus is het altijd goed. Even voetballen in de speeltuin, Minecraften of Jack-Sparrow’tje spelen.

Ze hebben sinds dit jaar een gezamenlijke hobby: breakdance. Vanmiddag hebben we genoten van hun eerste optreden in de Goudse Schouwburg. Wat heerlijk de jongens zo vol overgave te zien dansen. En wat een genot om zo’n fijne vriend te hebben.

En we noemen hem

Marien is vernoemd naar zijn opa Marinus Zwijnenburg- en hij wilde zijn naam ook weer doorgeven aan zijn zoon. Het werd Siem Marinus. Je hoopt natuurlijk dat met de naam ook de goede eigenschappen van opa Marinus (en Marien) doorgegeven worden.

Marjolijn van Heemstra krijgt een zegelring van haar oma als ze achttien is. Deze ring is van “Bommenneef”; een verre oom die volgens de familie-overlevering een verzetsheld was omdat hij een jaar na de oorlog een dodelijke aanslag pleegde op een niet-veroordeelde NSB’er. Frans van Heemstra kon niet leven met de gedachte dat deze schurk vrij rond liep, zo was het verhaal. Bij de ring hoort ook het verzoek om de eerstgeboren zoon naar deze familieheld te noemen.

De roman begint als Marjolijn 27 weken zwanger is. Voordat ze haar zoon vernoemt wil ze meer weten over de bewuste aanslag op 5 december 1946. Er volgt een spannend onderzoek en reconstructie van die aanslag. Al snel ontstaan er barstjes in de mythe. Ondertussen tikt de tijd door: voordat de kleine Van Heemstra geboren wordt, wil Marjolijn het echte verhaal boven tafel hebben.

Ik vond het een heerlijk boek, dat op een lichtvoetige manier grote vragen aan de orde stelt: het grijze gebied tussen goed en fout, heldendom en terrorisme, en het gewicht van geschiedenis en verhalen.