Een poging het leven te herstructureren

IMG_6768Vrijdag teruggekeerd van Terschelling; een week vol zon, zee, duinen, bos, wind, fietsen en theater; Oerol! Voor ons altijd cultureel bijtanken en zoveel mogelijk moois zien. Ieder jaar is het ook weer een verrassing of je de juiste voorstellingen hebt geboekt. Dat valt ook weleens tegen. Marien zat te verkleumen bij een voorstelling over Reuzen, we dwaalden samen door een bos met een I-pod, om naar een wazig liefdesverhaal te luisteren, en een voorstelling waar we hoge verwachtingen van hadden bleek weliswaar mooie beelden te bevatten maar na anderhalf uur echt niet meer te boeien. Daarentegen waren we erg onder de indruk van Via Berlin met een stuk over vluchtelingen en van het tragikomisch stuk Hartkuiltje over een epidemie die aan honderden Terschellingse kinderen het leven kostte eind 19e eeuw. Maar de grote verrassing was BOG, een poging het leven te herstructureren door een Vlaams-Nederlands theatercollectief. In korte beeldende zinnen vertellen de vier jonge acteurs een heel mensenleven; van de groei van de embryo in de baarmoeder tot het sterven. Het stuk bestaat uit drie delen waarvan het eerste over de eerste 25 jaar gaat. Het gaat over de ervaring als kind je moeders hand te pakken- omhoog te kijken-zien dat zij het niet is- huilen. Maar ook de eerste keer sukkelige seks of de eerste gedesoriënteerde nacht in je nieuwe huis. Het tweede bedrijf gaat over ‘het nu’. De acteurs stoppen met hun spel en sleuren je als toeschouwer het heden in. En vervolgens gaat het dan verder, tot de ouderdom en het onvermijdelijke sterven.

Marien en ik waren beiden erg onder de indruk. Het was grappig, herkenbaar, confronterend, mooi om naar te kijken maar vooral vol levenswijsheid. Duidelijk wordt dat wanneer je uitzoomt, ervaringen -hoe persoonlijk ook- toch universeel zijn. Groeien, geboren worden, struikelen, vallen en opstaan, leren en afleren, liefhebben en verliezen. De grote life-events zijn bij de meeste mensen dezelfde. De angst (en realiteit) om kanker te krijgen werd bijvoorbeeld formidabel, aan de orde gebracht. Pas op het einde richten de acteurs zich direct tot het publiek: “Ge neemt de lijst van alles van uw leven in uw handen…” Alles wordt opgesomd wat er stap voor stap van je lijstje kan worden geschrapt. Net zolang.. totdat je lijstje leeg is. We hebben nog veel gesproken over deze schets van de levensboog (BOG) en de poging het leven te herstructureren.

 

 

Druppels

Eeuwelingen, zo noemt schrijfster Steffie van den Oord de 100-plussers die zij geïnterviewd heeft voor haar boek. Het begon allemaal toen ze tijdens de millenniumwisseling voor VPRO-radio 1 mensen van 100 jaar mocht interviewen om over hun 20e eeuw te spreken. Drie minuten zendtijd bleek te weinig om alle verhalen recht te doen. Gisteravond gaf zij een lezing in de Chocoladefabriek waarin ze vertelde over de interviews die de basis vormen voor haar boek dat in 2004 verscheen en inmiddels 16 keer is herdrukt.

steffie-van-den-oord-oud-was-ik-toen-500pxIn 2012 schreef ze vervolgens een boek waarin ze drie bijzondere levensverhalen uitlicht ‘Oud was toen ik jong was’. Een daarvan is Jos Wijnant ‘de rooie Belg’, een Vlaamse vluchteling die in de Eerste Wereldoorlog in Den Bosch neerstreek. Hij werd geplaagd omdat hij rood haar had en een Vlaams accent. Hij maakte zich echter het ABN meester, ging studeren, kwam op kantoor en werkte uiteindelijk voor jaren op het Bossche stadhuis. Hij werd nooit bierbrouwer wat aanvankelijk de bedoeling was; de familietraditie werd door de Grote Oorlog doorkruist. Deze oorlog bepaalde zijn levensgeschiedenis. Volgens hem was zijn jeugd te kort en zijn leven te lang. Hij werd 108. Deze levenswijsheid is van hem:

“Leunend op de wastafel staarde hij naar de druppel water die aan de kraan hing, De druppel viel. Zo zijn wij ook, zag hij ineens helder, vlak voor zijn slechte ogen. We denken dat we er lang zijn maar we bestaan maar een moment: honderd jaar hoogstens of iets langer, net zolang als de druppel. Er hing alweer een nieuwe. Dat was de eeuwigheid. Voor de druppel was zijn badkamer een ruimte die hij niet bevatten kon zoals hij het heelal maar niet kon bevatten, zo groot, onmetelijk; verder, verder en nog verder”

(uit: Oud was toen ik jong was, pag, 27-28)

Genesis

‘Wie ben ik straks nog, waar niemand op de hoogte is van mijn afkomst? Waar niemand mijn verhaal kent?’

Gisteren zijn Marien en ik naar Genesis geweest, een voorstelling van het Nationale Toneel. Van 17:00 tot 23:00 uur zijn we ondergedompeld in de verhalen uit het eerste Bijbelboek. De schepping, Kaïn en Abel, de zondvloed, de toren van Babel, de lotgevallen van Abraham en Sara, Isaak en Rebekka, Jakob, Lea en Rachel en Jozef en zijn broers. Tussendoor aten we aan lange tafels ‘Mesopotamische kost’: linzen, couscous en humus.2404nndoentipgenesis

Het was formidabel. In duizelingwekkend tempo volgden de scenes van de overbekende Bijbelverhalen elkaar af, versterkt door het gebruik van camera’s die de gedachtewereld van de personages of de stem van God dichtbij brachten. Soms met prikkelende verwijzingen naar de actualiteit. Wanneer Noach en zijn zonen de drenkelingen van zich afslaan dringen de beelden van de bootvluchtelingen zich aan je op. Het wij-zij denken is zo oud als de mensheid. Wanneer Kain en Abel ter wereld komen is Abel blank en Kaïn zwart:

Abel:    Hoe kan hij nou mijn broer zijn?

Eva:    Waarom zou hij niet je broer zijn?

Abel:    Hij is totaal anders. Dan ik. Dan jullie.

Regisseur Johan de Doesburg vertelt in een interview bij Opium TV dat hij altijd al graag Genesis op de planken wilde brengen omdat het een schat aan verhalen bevat die voeding geven voor de belangrijkste thema’s voor de voorstelling: migratie, identiteit, tribale structuren, afzetten tegen ‘de ander’, uitverkoren zijn. De verhalen uit Genesis mogen wat hem betreft, ondanks de ontkerkelijking, niet in de vergetelheid raken. Verhalen, en zeker deze verhalen, zijn onlosmakelijk met de christelijke en dus Nederlandse geschiedenis verbonden en vormen de bouwstenen van onze identiteit. De verhalen gaan over ‘ons mensen’ en maken ons tot wie we zijn. r0-0a-363-204-13010-inhoud-illustratie-kinderbijbel-anne-de-vriesDe verhalen staan bol van de jaloezie, hebzucht, wraak en agressie maar ook van onvoorwaardelijke liefde, hoop, saamhorigheid en vergeving. Het was bijzonder hoe alle losse herinneringen aan de Bijbelverhalen (en de bijbehorende plaatjes uit de kinderbijbel van Anne de Vries) terugkwamen en nieuw leven werd ingeblazen. Ik kwam opgeladen en geïnspireerd uit het theater en in mijn voornemen bevestigd dat ik Siem wil laten kennismaken met de Bijbelverhalen van weleer.

Dans! Dans! Anders zijn we verloren!

 

Gister las ik een artikel van Ramsey Nasr in het NRC: Waarheid en Rendement doden de verbeelding. Hij waarschuwt daarin voor het steeds meer overheersende rendementsdenken en vertelt dat hij daar al vanaf de middelbare school allergisch voor is. Voordat hij acteur (en later dichter) wilde worden wilde hij klassieke talen studeren. Hij had een talent, zo zegt hij, voor ‘nutteloosheid’. Vakken als kunst en oude talen dienen geen enkel praktisch doel; een mens functioneert prima zonder. Maar toch. Volgens Nasr vormen zij een noodzakelijk tegendeel van het rendementsdenken.

Klassieke talen bieden een uitzicht op een wereld die niet langer bestaat; kunst biedt uitzicht op een wereld die nooit heeft bestaan en altijd mogelijk blijft. De vakken Latijn en Grieks lieten mij kennismaken met een wereld die is weggewaagd, met goden waarin niemand nog gelooft en met talen die niet meer worden gesproken; en dat is zinnig. Het is de ultieme relativering, het toont ons een wereld die alleen via onze verbeelding nog kan worden opgeroepen. Romans en gedichten doen hetzelfde, evenals film, theater, opera, ballet, muziek, beeldende kunst (..) Het maakt onze wereld groter en verwarrender’.

Deze woorden zwierven nog in mijn gedachten toen ik gister met Marien de dansdocumentaire Pina (2011) bekeek van Wim Wenders. De film gaat over het leven en werk van Pina Bausch; een Duitse choreografe en danseres. Samen met haar ensemble Tanztheater Wuppertal was zij een vernieuwende en toonaangevende kunstenares die de taal van dans veranderde waarbij ‘de emoties van de kijker aangesproken werden’.

Ik moet zelf, eerlijkheidshalve, altijd over wat weerstand heen, alvorens ik me kan overgeven aan de beeldtaal van de dans. Hoewel ik jaren –ik durf er nu voor uit komen- vol overgave aan volksdansen heb gedaan, ben ik steeds meer waarde aan ‘het woord’ gaan hechten. Misschien komt dat door mijn vak, of door de studie, en mijn liefde voor boeken en het gesproken woord. Waar ik erg geneigd ben betekenissen te gaan zoeken in wat ik zie (zo zag ik een zilvervisje op het droge spartelen, een bevruchting in de aarde, en een dansende metronoom) daar kan Marien ‘gewoon’ genieten van de vormen en beelden en ze laten voor wat te zijn. Iets wat ik misschien wel weer opnieuw moet leren. Pina overleed in 2009 net voordat deze documentaire gedraaid zou worden. Uiteindelijk werd de film een postume hommage aan deze legendarische danseres. Pina was een vrouw van weinig woorden, zo blijkt uit de herinneringen van de leden van het dansgezelschap. De ondertitel van de film is een uitspraak van haar: Dans, dans, anders zijn we verloren! Het had ook boven het artikel van Ramsey Nasr kunnen staan.

https://www.youtube.com/watch?feature=player_detailpage&v=cXpFD7gi8R0

De dag dat Tommy drie werd

phpThumb_generated_thumbnailjpgVorige week keek ik naar de muzikale voorstelling ‘De dag dat Tommy drie werd’ van theatergroep Twee Hondjes. Wij waren ’s avonds in de Garenspinnerij maar overdag was de voorstelling al gespeeld voor kinderen van groep 7 en 8. De zaal was zowel overdag als s avonds doodstil na afloop ..

Op de website van Twee Hondjes las ik:
“Een mooie, indrukwekkende en vooral ‘kleine‘ voorstelling waarin dat wat niet gezegd wordt, misschien nog wel harder aankwam dan datgene dat wel gezegd werd” .

Het stuk gaat over twee jonge mensen op de avond voorafgaand aan de derde verjaardag van hun zoontje Tommy. Het is 1943 en ze wonen in concentratiekamp Theresienstadt. De vader van Tommy heeft ‘privileges’ als tekenaar. Hij mag met zijn gezin in een aparte barak wonen als hij de ‘mooie wereld van Theresienstadt’ tekent voor de nazi’s. Omdat ze geen geld hebben voor een verjaardagsfeest, maakt zijn vader op verboden papier een prentenboek voor Tommy. Hij tekent daarop de gewone wereld zonder oorlog; een taart, een vliegtuig, een beker melk. Het boek is mooi geworden, maar uit angst dat het gevonden wordt (en dat ze gedeporteerd worden) verstoppen ze het in een muur van de barak. Niet lang erna wordt zijn vader vermoord in Auschwitz en zijn moeder sterft aan tyfus. Tommy overleeft de oorlog en wordt geadopteerd door een echtpaar dat Theresienstadt overleeft. Hij krijgt op zijn 18e verjaardag het prentenboek van zijn pleegvader.

SCAN0091De tekeningen uit het prentenboek zijn de basis van het stuk. Mies Bouhuys heeft er een boek over geschreven en later bewerkte Kees van der Zwaard het tot dit 50-minuten durende theaterstuk. De acteurs speelden de rollen van de vader en moeder mooi en geloofwaardig. Jaap en Ruben Mulder speelden jiddische muziek – muziek uit concentratiekamp Theresienstadt en andere concentratiekampen. Wanneer je je tenslotte realiseert dat het allemaal echt gebeurd is dan word je -net als de kinderen van groep 7 en 8- alleen maar stil ..