We hebben een paar fijne dagen gehad in de Achterhoek; wandelen door de bossen en een bezoek aan museum MORE in kasteel Ruurlo en Gorssel.

Laatst was ik totaal uit het veld geslagen door de voorstelling ‘Boys and Girls’ van Hadewijch Minnis. Ik had me verheugd op haar stem, een muzikale voorstelling. Maar er kwam geen muziek en ook geen licht of hoop. Ik voelde me met de minuut zwaarder worden door de voorstelling over huiselijk geweld. De schilderijen van Carel Willink zijn indrukwekkend maar onheilspellend. De kunst van Tobias Schalken -waar Siem hier bij staat- is intrigerend en confronterend. Ik zie echt wel dat het steengoed is allemaal, maar moet er niet aan denken het thuis te hebben. Schurende kunst: het is blijkbaar niet mijn genre.

Ik pas meer in de gedachtegang van de Britse filosoof Alain de Botton die kunst graag ziet als therapie; aan antidepressivum voor de wereld. In museumwinkels worden vrolijke kunstkaarten vaker gekocht dan sombere. De meeste museumdirecteuren vinden dat zorgelijk. Die vinden dat de harde realiteit juist aandacht moet krijgen anders worden mensen maar sentimenteel en naïef.
Maar, zo zegt de Botton, wij mensen lopen absoluut geen risico naïef te worden over ons menselijk lot. We lopen een groter risico om depressief te worden. Van oudsher heeft kunst de functie hoop te scheppen. Empathie op te wekken, de mens te helpen om te leven en te sterven.
Het is te eng kunst te beperken tot therapie; het kan ook schuren, agenderen, ontregelen, verontrusten. Maar gezien mijn keuze voor de ansichtkaarten, pas ik toch aardig in het straatje van de Botton..

Ik zag vandaag een beeld van brons, het hart was opengescheurd en het zag er wanhopig uit. Ik was onder de indruk, wilde een foto maken maar besloot het toen vooral niet te doen. De gekleurde huisjes lonkte