Blues in een boek

Ik las ‘Om adem te kunnen halen’ van Christine Otten uit 2013. Het is een autobiografische roman over haar relatie met haar vader. Ergens in haar puberteit wordt haar vader voor het eerst opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en daarna vermijdt ze het contact met hem. Bang om besmet te raken met zijn gekte. Totdat hij haar uitnodigt voor zijn 80e verjaardag. Ze besluit de banden aan te halen en een boek te schrijven.

Ik vond het geen makkelijk boek. Sommige hoofdstukken zijn uit het perspectief van vader geschreven, dan weer reis je met Christine mee naar de VS na 9/11 omdat ze onderzoek doet naar zwarte dichters (voor haar boek The Last Poets). Weer een hoofdstuk later zit je op de bank bij haar oom en tante in Deventer die stukjes familiegeschiedenis uit de doeken doen. Soms zijn er intense gevoelsreflecties, dan weer schrijft ze op afstandelijke toon.

Tijdens het lezen kreeg ik de indruk dat Otten dit boek heel graag wilde schrijven om met haar vader en zichzelf in het reine te komen. Een zoektocht en een poging om lucht te krijgen. De titel verwijst daar waarschijnlijk naar, maar klinkt niet lekker. Ook de voorkant van het boek kan ik duiden, maar doet wat geforceerd aan. Al met al een boek dat ik uitgelezen heb, maar niet helemaal bevredigend vond of beklijfde. Misschien gedij ik als lezer toch beter bij meer samenhang en verhaal.

Rob Schouten in Trouw is positief over het boek, maar noemt ook wel het fragmentarische aspect: “Ik denk dat je ‘Om adem te kunnen halen’ in zekere zin een muzikale, bluesy roman kunt noemen: meer stemming en impressionisme dan realisme en levensechtheid”

Buitenleven

Zo’n idyllisch bergdorp; een paar huisjes, een kapelletje en een moestuin. En een poes op een muurtje. Ja. Wonderschoon.

Maar om er te wonen..

Marien kan nog wel gecharmeerd zijn van dat idee. Maar voor het wortel kan schieten druk ik zijn prille fantasie de kop in met mijn meedogenloze: Moet je hier in februari komen, dan weet je niet hoe gauw je in de bewoonde wereld moet komen.

Veel moderne stedelingen dromen over een rustig leven op het platteland. Daarover gaat de roman Buitenleven van Nina Polak. Een randstedelijk vrouwenstel besluit de sprong te wagen en koopt een huis in het noorden, tussen de maisvelden. De vrouwen doen hun best om te aarden, maar zijn ook bang afgewezen te worden door hun nieuwe omgeving. En dan verschijnt er ook nog een charismatische buurvrouw ten tonele die zich aan hen opdringt..

Ik vond het echt een heerlijk boek, met sterke personages en fantastische dialogen. Wat kan Nina Polak goed schrijven! Nu ik het boek uit heb, mis ik de personages zelfs een beetje. Ik dacht vanmorgen bij het ontwaken: Hoe zou het met ze zijn?

Ik stuur erop aan dat Marien vooral lekker blijft wroeten in het Buitenleven van onze eigen Johan den Haen.

Rechter hersenhelft

Zondag. Als ik tegenover mij kijk zie ik mijn zoon in zijn element. Aan de grote tafel met zijn stiften en papier aan het zoveelste stripboek werken. Alsof ik mijzelf zie ..

Gisteravond vierde mijn vriendin Annette haar verjaardag. Als meester-organisator verzon ze een workshop voor women-only. Zo zaten we gisteravond met acht vrouwen rond een grote tafel. We maakten voor elkaar kleine tekeningen met steeds een andere opdracht: teken een kledingstuk, een land, een lied, een vrouw uit de geschiedenis.

Annette in haar element

Je hoeft geen kunstenaar te zijn om mooie dingen te kunnen maken. Leonie -de creatief therapeute in ons gezelschap- refereerde aan Bob Ross die het nooit had over mislukkingen maar over ‘little accidents’. Wees mild voor je eigen creaties, wilde ze daarmee zeggen. Het helpt altijd als Leonie dat zegt.

Volgens de neurologie stuurt de rechterhersenhelft grofweg de linkerhersenhelft aan en speelt het een rol bij emotie, verbeelding, kleur muziek, ritme, creativiteit en ruimtelijke inschatting. Onze rechterhersenhelft heeft meters gemaakt gisteravond.

Ik heb genoten van de avond en ben blij met deze kleurrijke collage die helemaal speciaal voor mij gemaakt is met alle bijbehorende verhalen en uitleg.

Wat kan een mens nog verder wensen?

Cafeetje

Door de mobiele telefoon maken we ontelbaar veel foto’s. De mislukte of onflatteuze foto’s verwijderen we voordat anderen ze onder ogen krijgen. Deze foto van mijzelf als driejarige met mijn moeder in een eet-caf√©etje lijkt een uitprobeersel van mijn fotograferende oude buurman. Grote kans dat de foto nu ingewisseld zou worden voor eentje waarbij moeder en dochter vrolijk in de lens kijken.

En toch is dit toch een prachtige momentopname en vertelt het een verhaal. Mijn moeder -nieuwsgierig als ze is- kijkt naar een gezin aan een ander tafeltje. Ikzelf -als peuter met een verkreukelde polo onder mijn trui- reik met mijn arm naar mijn moeder en kijk wat opgelaten. We gingen vroeger niet vaak naar een cafe, misschien was ik niet helemaal op mijn gemak of verveelde ik me omdat ik lang moest wachten op mijn pannenkoek of tosti ..

In roman ‘Als de winter voorbij is’ beschrijft Thomas Verbogt een foto die hem dierbaar is. De foto toont zijn zus Becky voordat ze vertrok naar Amerika. Zij staat met haar gitaarkoffer in de hand, maar kwam niet verder dan Harmelen omdat ze verongelukte met de trein. De foto werd gemaakt op een onbewaakt moment en zijn zus lacht verlegen. Overvallen door de camera.

Bij mijn ouders stond een andere foto van haar, ook met gitaar, maar daarop lacht ze omdat ze die lach wil laten zien.

Ik zie liever die andere lach.

Verbogt beschrijft in het boek de momenten- soms maar een paar seconden- die je leven bepalen. Een blik, een kus, een aanraking van een voorbijganger. Het is een boek dat tracht te vatten waar het uiteindelijk om draait in het leven.

De auteur schrijft sferisch, en gebruikt prachtige woorden en zinnen. Toch vond ik het een wat onsamenhangende verzameling melancholieke bespiegelingen, dat waarschijnlijk bij mij niet erg lang zal bijven hangen.

Afgezien van dat voorbeeld van die foto dan. Want zeg nou zelf: vrolijke selfies hebben we inmiddels allemaal wel genoeg.

Waar gezongen wordt

Op de cover van ‘Waar gezongen wordt’, staat een piano overwoekerd door planten. De debuutroman van Shula Tas is grootdeels autobiografisch. De hoofdpersoon heeft -net als de auteur- conservatorium gedaan. Haar ouders sterven voordat ze eindexamen doet, en na dat examen zingt ze geen noot meer. Haar Iraanse onderbuurvrouw mist haar stem, en vraagt haar op een dag: ‘Waarom zing jij niet meer?’ Dit is het begin van haar zoektocht.

De zolder moet worden leeggeruimd omdat haar vriend bij haar intrekt. Vol tegenzin gaat ze aan de slag. Dozen vol familieherinneringen sorteert ze in stapels: ‘kan weg’, ‘blijft’ en ‘twijfel’. De twijfel-stapel wordt steeds hoger; en de spullen roepen op tot (zelf-)onderzoek. Ondertussen laat ze haar hondje uit en drinkt ze wijn met haar vriend.

Het is een klein, maar intens boek waar Shula zich verdiept in haar joodse familiegeschiedenis, de kracht van muziek en rituelen en de betekenis van schaamte. Er valt veel meer over dit boekje te vertellen, maar ik zou het vooral zelf eens uit de bibliotheek meenemen!

Het motto van het boek is een frase van een prachtig lied van Leonard Cohen. Hij doet hier zelf de intro met die mooie oude diepe stem van hem.

If it be your will.

That a voice be true.

From this broken hill.

I will sing to you