De Ark

In februari wandelden we in het Stormpoldervloedbos; een natuurgebied bij Krimpen aan den IJssel. Het ligt lager dan de dijken: de rivier de Rijn stroomt bij hoog tij de polder in. Je kunt dus natte voeten krijgen.

Na een tijdje wandelen zegt Siem: “He mam, is dat niet de Ark van Noach?” En warempel..

Auteur Wanda Bommer schreef een fantastisch boek geïnspireerd op dit eeuwenoude verhaal uit Genesis. Ze schreef eigenlijk drie verhalen die als een Maroesja-poppetje in elkaar passen.

De belangrijkste verhaallijn gaat over een schrijfster Leonoor Levie (hoe symbolisch) die een roman over de ark van Noach wil schrijven en ter inspiratie meegaat op party-schip ‘The Ark’. Dit is een cruiseschip waar ‘the chosen-ones’ een weekend lang feesten (het bestaat echt; heb ik opgezocht!).

De tweede verhaallijn bevat de roman die Leonoor schreef en die -die door wat zij op het cruiseschip meemaakt- een heel andere wending heeft gekregen.

En in de derde verhaallijn ben je getuige van tv-interviews met God waarin God de mensheid op Zijn Eigen Wijze confronteert: ‘Exact, zegt God. Mijn zeer concrete antwoord op uw vraag is: neen, u hoeft niet te vrezen voor een tweede zondvloed in de toekomst, want u zit er reeds middenin.’

Ongelooflijk dat deze schrijfster niet veel beroemder is in Nederland. Het is een spannend, diepzinnig, actueel, tot nadenken stemmend verhaal. Lees dit boek!

Blauwe hemel, gele akker

Ter ere van onze verjaardagen (alledrie van de winter) vertrok ik vanmorgen vroeg met mijn vriendinnen Sanne en Annette naar het Van Gogh museum in Amsterdam voor de workshop ‘een landschap vol gevoel’. Vincent van Gogh zocht en vond troost in de natuur. Tijdens zijn opname in een psychiatrisch ziekenhuis schilderde hij de olijfgaarden rond Saint-Remy.

In deze workshop werden we geprikkeld om- na een gericht bezoekje aan de schilderijen in de tentoonstelling- zelf een eigen dierbaar landschap voor de geest te halen en op doek vast te leggen. 

Ik werd me weer bewust hoe moeilijk dat is en wat een grootmeester Gogh is met kleur en sfeer, maar het was heerlijk en meditatief om zo bezig te zijn samen met mijn vriendinnen.

Olijfbomen zijn grillige oeroude bomen vol karakter. Ze zijn ook een universeel symbool van vrede. Hoe toepasselijk in deze tijd waar de verschrikkingen van de oorlog ook vandaag weer meedogenloos binnen denderen via het NOS journaal..

De Spaanse dichter Federico Garcia Lorca schreef onderstaand gedicht. Blauwe hemel, gele akker. Met een eenzame olijfboom als uitroepteken van de vrede.

Blauwe hemel.

Gele akker.

Blauwe berg.

Gele akker.

Over de verschroeide vlakte

stapt een olijfboom.

Een eenzame

olijfboom

Onverbiddelijk

“Over de doden praten we niet, die gedenken we” 

Deze zin komt uit De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld. De eerste Nederlandstalige roman die in 2020 de International Booker Prize won. Ik las het tijdens de afgelopen lenteachtige dagen in de tuin. Een schril contrast met de sfeer van dit boek. 

De roman gaat over een streng religieus boerengezin waarvan de oudste zoon verdrinkt. Alle gezinsleden worstelen met zijn dood, met elkaar, en met het leven. De drie overgebleven kinderen worden emotioneel aan hun lot overgelaten. Er zijn duistere gedachten, er is geweld, schuld, ontluikende seks en perversie. En heel veel eenzaamheid. De hoofdpersoon wordt Jas genoemd, omdat ze sinds de dood van haar broer haar jas niet meer uittrekt.

Marieke Lucas Rijneveld is ook dichter; door de poëtische taal word je het verhaal ingezogen. Soms wilde ik het boek wegleggen; teveel onheil, duisternis en smerigheid. En toch las ik door, vanwege de ontwapenende hoofdpersoon, door die hypnotiserende taal, en misschien ook de hoop dat ergens iets ten goede keert..

In een artikel van het Humanistisch Verbond (in België) schrijft recensent Victor de Reymaeker:

Lucas (toen nog Marieke) was in gesprek gegaan met haar collega-schrijfster, Lise Spit. Die had haar de raad gegeven “onverbiddelijk” te zijn bij het schrijven. Ze schreef dit in grote letters op de muur, naast het portret van Jan Wolkers. Duidelijk ook een grote bron van inspiratie. Rijneveld zou alles bij elkaar zes jaar schrijven aan “De avond is ongemak” waarbij ze de raad van Lise duidelijk en met succes toepaste.  Wat misschien de overvloed aan seksuele aandacht, het grimmige, het beklemmende, het misselijk makende van de details kan verklaren. 

Ik heb het gelezen, me erin ondergedompeld, en het zal me bijblijven. 

Herlezen? Voorlopig niet. Daarvoor is het me te onverbiddelijk. 

De Trooster

In aanloop naar Goede Vrijdag bereid ik altijd een klassiek muziekprogramma voor, voor in ‘mijn huizen’. Vorige jaren stond de Mattheus Passion centraal, dit jaar zal ik ook andere passiemuziek laten horen zoals Membra Jesu Nostri van Buxtehude en het Stabat Mater van Pergolesi. 

Het is prachtige intense muziek, en we draaien het nu ook veel thuis. Mooi om zo toe te leven naar de Stille Week.

Eigenlijk per toeval plukte ik vorige week ‘de Trooster’ van Esther Gerritsen mee uit de bibliotheek. Het bleek een echte Paas-roman. 

Jacob woont en werkt al jaren in het klooster. Hij is geen kloosterbroeder maar de conciërge van de gemeenschap. Hij doet allerhande klusjes en is daar gelukkig. Hij heeft van jongs af aan een misvormd gezicht, en hij is gewend aan zijn positie als buitenstaander:

Ik herinner me dat mijn buurkinderen vadertje en moedertje speelden, en dan zeiden ze meestal: ‘En jij was de hond’. Ik was volmaakt tevreden dat ik überhaupt een rol had. 

Jacob heeft een eenvoudig geloof, maar is een gecompliceerd mens. Wanneer de charismatische gevallen staatssecretaris Henry op retraite komt, ontstaat er een bijzondere verstandhouding tussen de twee mannen. Henry is geen onbeschreven blad. Tijdens de hele roman voorvoel je ergens dat de vriendschap zal ontaarden, en vraag je je af: wie is nodig voor wie?

Wat een boek! En wat een geweldige schrijfster is Esther Gerritsen toch: prachtige gelaagde personages, treffende dialogen en bespiegelingen, en de grote thema’s van Pasen komen allemaal voorbij: schuld, lijden, boete, vergeving. Bij sommige scenes heb ik een traantje moeten wegpinken.

Maar misschien komt dat ook doordat ik Membra Jesu Nostri op de achtergrond hoorde ..

De geschiedenis rijmt

‘Als je een land echt goed wilt begrijpen, kun je misschien beter een roman lezen dan de krant’

De laatste weken worden we non-stop geconfronteerd met de gruwelijke beelden uit Oekraïne, hopen we vurig op een oplossing, en breken we ons het hoofd over de vraag: Wie is Poetin. Wat drijft hem? En wat denkt ‘de gewone Rus’ hier allemaal van? 

Mijn manier om grip op een situatie te krijgen is: lezen. Vanuit die gedachte las ik Tsjaikovskistraat 40 van Pieter Waterdrinker (roman uit 2017). Waterdrinker woont sinds 1996 afwisselend in Sint-Petersburg (‘een stad als een theater’) en Moskou (‘een metropool als een nachtclub’). Hij vertelt in dit boek over zijn eigen leven, vermengd met de geschiedenis van Rusland: de Revolutie van 1917, het uiteenvallen van de Sovjetunie begin jaren ’90 en hoe Poetin president werd in 1999. 

Ik wist weinig over Rusland, moet ik bekennen.

Een gezellig boek of optimistische geschiedenis is het allerminst. De verhaallijn van de hoofdpersoon laat een hoop mislukkingen, teleurstellingen en worstelingen zien, en de geschiedenis van Rusland is ook geen vrolijke: de exorbitant rijke elite (de tsaren-dynastie) wordt middels een wrede bloedige revolutie omver geworpen en vervangen door een nieuwe kliek die zich wederom verrijkt ten koste van de arme massa. Er wordt geregeerd met repressie en propaganda. En toch is het geen chagrijnig of zwaarmoedig boek. Dat komt zonder twijfel door de meeslepende, rauwe, ironische schrijfstijl van Waterdrinker. Ik wil meer van hem lezen!

Het boek laat zien: er is niets nieuws onder de zon. Of zoals Waterdrinker het zegt: De geschiedenis herhaalt zich niet, maar hij rijmt wel..