Wij de mens

De laatste tijd kan ik de wereldproblematiek moeilijk van me afzetten, en word ik chagrijnig van het nieuws: wetenschappers die bedreigd worden, reizigers die in alle staten zijn omdat hun vliegvakantie in het water dreigt te vallen, miljarden euro’s voor (kern-)wapens terwijl we alle middelen die we hebben zouden moeten aanwenden om de onomkeerbare natuurcatastrofe af te wenden. De kortzichtigheid en domheid van de mensheid waarmee we onszelf naar de gallemiezen helpen is ongelooflijk.

Toen ik gister met Marien Rotterdam binnenwandelde, stapten we in een warme kleurrijke zinderende stad; het was Pride en Museumnacht. We aten bij ons favoriete restaurant op de Witte de Withstraat, Marien schoot mooie platen met z’n camera, en we laafden ons aan de zorgeloosheid. De mondiale problematiek is even heel ver weg. Geruststellend en zorgwekkend tegelijk.

In 2019 kochten we al kaarten voor Ramses, het concert van Maarten Heijmans en band. Eindelijk zaten we in de schouwburg en ik heb iedere minuut genoten van de muzikaliteit en energie van deze mensen en de nieuwe arrangementen die zij maakten voor de liedjes van Shaffy.

Ik was ook ontroerd; mensen zijn natuurlijk niet alleen kortzichtig en dom, maar ook prachtig en krachtig. Eigenlijk bezingt Shaffy steeds die ambivalente, zoekende, hunkerende mens. En Maarten Heijmans doet dat met een charisma en stem waar je naartoe gezogen wordt.

En dan hou ik toch ook weer van de zingende, biddende, huilende, vechtende, lachende, werkende en bewonderende wezens die we zijn. En geloof je toch weer even wat we best nog een heel eind kunnen komen met z’n allen: We zullen doorgaan.

Soesa

Ze is 96 en we praten over euthanasie. Dat is nog een hele soesa, weet ze me te vertellen. Dus ik zit mijn tijd nog wel even uit. Zo lang kan het toch ook niet meer duren.

Ze interesseert zich nog altijd voor alles wat er in de wereld gebeurt. De oorlog in Oekraïne, de Queen die haar verjaardag viert (Ik ben dol op koningshuizen, en ook op Downtown Abbey) en Mark Rutte die volgens haar veelste joviaal doet met dat gezwaai op die fiets.

We spreken over levenservaring en levenswijsheid, en ik vraag haar wat zij tegen de wereldleiders zou zeggen als die hier in haar appartement bij ons aan tafel zouden zitten.

Ik zou aan ze vragen of ze nog weleens slapen, zegt ze. 

Voordat je naar bed gaat kijk je doorgaans in de spiegel en overdenk je de dag en je daden. En daarnaast heb je slaap nodig om uit te rusten, om zo de volgende dag verstandige beslissingen te kunnen nemen. 

Naast een Ministerie van de Toekomst, misschien ook een Ministerie voor Levenservaring installeren? 

Het mag de pret niet drukken

Siem staat hier voor ‘La Decadencia’ van Thomas Couture uit 1847. Dit schilderij was indirect een kritiek op de regering van die tijd (julimonarchie 1830-1848) die de schilder vergeleek met de decadentie van de Romeinen in de klassieke oudheid.

Kunstenaars zijn essentieel om onze blik op onze samenleving, en op onze menselijke soort scherp te houden. Dat kan middels confronterende kunst, protestliederen of punk, geëngageerde literatuur of poëzie, en niet te vergeten door satire en humor.

Gisteravond was ik bij ‘De mens en ik’ van cabaretier en filosoof Tim Fransen. Ik vond het een enorm geestige, scherpzinnige voorstelling met veel stof tot nadenken en napraten.

Fransen zet ‘onze diersoort’ genadeloos in zijn hemd; de zelfspot druipt ervan af. Hij zoomt uit om met de ogen van buitenaardse wezens naar de menselijke soort te kijken; de decadentie en arrogantie van de homo sapiens (de ‘wijze’ mens) is tragikomisch. De mensheid is kampioen om alles wat krom is, recht te lullen.

Het is geen goed idee om cynisch te worden, zegt hij. Ik ben een vrolijke pessimist. Feit is dat de mensheid ten onder gaat. Maar dat mag de pret niet drukken.

Hieronder een fragment uit een eerdere voorstelling.

Komm heut’ Abend mit Geschichten

Op 4 mei presenteerde ik een herdenkingsbijeenkomst in de Goudse Sint Jan voorafgaand aan de plechtigheid op de Markt. De Goudse burgemeester stak samen met de burgemeester van het Duitse Solingen (de zusterstad van Gouda) een kaars aan, en ze lazen beiden deze strofe van het gedicht van Leo Vroman ‘Vrede’ in hun moedertaal:

Komm heut‘ Abend mit Geschichten

Wie der Krieg verschwunden ist,

hundert Mal kannst du berichten

Alle Male weine ich.

Ik vond het ontroerend om juist deze tekst in het Duits te horen. Hoe is het voor een Duitser om de oorlog te herdenken? Voor de eerste, tweede of derde generatie.

Ik las het boek ‘de Vrouwen van Lingenfels’ van Jessica Shattuck. Deze Amerikaanse auteur ontdekte dat dat haar Duitse grootouders aanhangers waren geweest van het nazisme, en raakte hierdoor gefascineerd. Haar onderzoek naar haar familiegeschiedenis vormde de aanleiding voor deze roman over ‘het grijze gebied tussen goed en kwaad’.

Hoewel ik eerst wat moest wennen aan de schrijfstijl, raakte ik steeds meer betrokken op de personages: de drie vrouwen die deze roman dragen, vrouwen wiens mannen betrokken waren bij de mislukte aanslag op Hitler. Het verhaal speelt zich afwisselend af in de aanloop naar de oorlog, het uiteenvallen van het Duitse Rijk in 1945 en met name ook de nadagen van de Tweede Wereldoorlog.

Het is een akelig actueel boek waarin de kracht van populisme en propaganda wordt blootgelegd, maar je ook achterlaat met vragen over liefde, schuld, overleven en vergeving.

Zus

Ik ben de kleine zus van Peter. Hij noemde mij ook steevast (en soms nog weleens) Zus. Mensen die ons beiden kennen, zullen beamen dat we in velerlei opzichten tegenpolen zijn. Maar we hebben een gezamenlijke liefde: geschiedenis.

De prachtige dubbelbiografie ‘Cecile en Elsa, strijdbare freules’ van Elisabeth Leijnse gaat over de zussen De Jong van Beek en Donk. Ze worden halverwege de 19e eeuw geboren in een vrijzinnig aristocraten-gezin. De levens en -karakters- van deze vrouwen zijn grillig, emotioneel en razend interessant; evenals de tijd waarin ze leefden.

Het is de biografe geweldig gelukt een selectie te maken uit de enorme hoeveelheid documentatie (brieven, dagboeken) en tot een goed leesbaar geheel te komen. Niet voor niets heeft ze de Libris Geschiedenis prijs gewonnen. De jury schrijft: ‘Dit meeslepende boek is levensgeschiedenis, cultuurgeschiedenis en maatschappij geschiedenis ineen’ .

Omdat je van wieg tot graf Cecile en Elsa volgt, word je meegenomen in hun persoonlijke ontwikkeling. Ze worden beïnvloed door mensen, door levensgebeurtenissen en niet in de laatste plaats door de tijdgeest. Ze schrijven in al hun kwetsbaarheid, naïviteit en nuffigheid. Ook lees je hun reflecties op latere leeftijd; hun voortschrijdend inzicht of verbittering.  

De relatie tussen de zussen is ook intrigerend; het gaat er zeker niet steeds harmonieus aan toe in de brieven. Wat dat betreft zou een dubbelbiografie over Peter en Mirjam een stuk minder interessant zijn.