Elvis

Annette en Leonie hadden een lief cadeau voor me bedacht voor mijn verjaardag in januari: een workshop over Frida Kahlo. Helaas moest ik verstek laten gaan vanwege het welbekende virus. Maar mijn vriendinnen zijn niet voor een gat te vangen; ik mocht alsnog een film uitkiezen in mijn favoriete bioscoop Lantaren Venster.

Ik poch er graag mee: mijn geboortedag 8 januari heeft iconische figuren voortgebracht. Ik noem David Bowie, Stephen Hawking en Elvis Presley. Dus toen ik las dat Elvis donderdag in premiere zou gaan, moest het zo zijn. 

Daarom storten we ons gister ruim tweeënhalf uur lang in het hysterische leven van the King of Rock and Roll. Regissseur Baz Luhrmann maakte eerder Moulin Rouge en Romeo en Julia. Geen gelaagde personages of emotionele diepgang, maar een uitbundige muzikale show-movie. Ik werd lichterlijk high van de goedkope aftershave waarmee de man voor mij zich rijkelijk had besprenkeld maar dat paste op de een of andere manier wel bij de film.

Maar jongens. Wat een muziek en wat een acteur (Austin Butler) met zijn rythm and blues, losse heupen en zwoele blik. En als je dan aan het einde van de film de echte Elvis zijn laatste optreden ziet geven als getroebleerde 42-jarige, moet je toch even slikken.

Plastic tas

Acht jaar lang heb ik gewerkt als maatschappelijk werker. Onderstaande foto was op mijn laatste werkdag in 2011. Ik heb het altijd erg naar mijn zin gehad in de hulpverlening. Fantastische collega’s en kleurrijke clienten.

Sommige clienten blijven je bij. Zoals Aad. Aad liep niet, hij huppelde. Hij had jaren als manusje van alles bij een bouwbedrijf gewerkt totdat hij gereedschap tegen de muur had gekeild in een driftbui. Hij raakte zijn baan kwijt, begon steeds meer te drinken en kwam in de schulden. Aad kwam tweewekelijks met zijn Bas-van-der-Heijden-tas vol papieren naar me toe. Ik hielp hem richting schuldhulpverlening. Aad bleef optimistisch. Als ik vroeg of hij wat te eten had voor die avond zei hij: O, ik heb nog macaroni met een flinke pets ketchup. 

Ik moest aan Aad denken toen ik Ilyas las van Ernest van der Kwast. 

Deze roman gaat over een Rotterdamse museumconservator die zowel qua werk als prive in een crisis zit. Aan de keukentafel raakt hij in gesprek met zijn Bulgaarse schoonmaakster die haar eigen sores heeft. Hij gaat haar helpen. Maar al snel blijkt de schoonmaakster niet de enige met problemen in de stad. De conservator ontdekt de wereld van de plastic tas vol schulden, het CAK en de keuzemenu’s bij de belastingdienst.

Ik heb de roman met plezier gelezen. Van der Kwast stelt de kloof tussen arm en rijk aan de kaak. Daarnaast beschrijft de eenzaamheid van een huwelijkscrisis en de zoektocht naar zingeving van de moderne mens. Zijn stijl is lichtvoetig en geestig, maar steeds met die schurende ondertoon. 

Wij de mens

De laatste tijd kan ik de wereldproblematiek moeilijk van me afzetten, en word ik chagrijnig van het nieuws: wetenschappers die bedreigd worden, reizigers die in alle staten zijn omdat hun vliegvakantie in het water dreigt te vallen, miljarden euro’s voor (kern-)wapens terwijl we alle middelen die we hebben zouden moeten aanwenden om de onomkeerbare natuurcatastrofe af te wenden. De kortzichtigheid en domheid van de mensheid waarmee we onszelf naar de gallemiezen helpen is ongelooflijk.

Toen ik gister met Marien Rotterdam binnenwandelde, stapten we in een warme kleurrijke zinderende stad; het was Pride en Museumnacht. We aten bij ons favoriete restaurant op de Witte de Withstraat, Marien schoot mooie platen met z’n camera, en we laafden ons aan de zorgeloosheid. De mondiale problematiek is even heel ver weg. Geruststellend en zorgwekkend tegelijk.

In 2019 kochten we al kaarten voor Ramses, het concert van Maarten Heijmans en band. Eindelijk zaten we in de schouwburg en ik heb iedere minuut genoten van de muzikaliteit en energie van deze mensen en de nieuwe arrangementen die zij maakten voor de liedjes van Shaffy.

Ik was ook ontroerd; mensen zijn natuurlijk niet alleen kortzichtig en dom, maar ook prachtig en krachtig. Eigenlijk bezingt Shaffy steeds die ambivalente, zoekende, hunkerende mens. En Maarten Heijmans doet dat met een charisma en stem waar je naartoe gezogen wordt.

En dan hou ik toch ook weer van de zingende, biddende, huilende, vechtende, lachende, werkende en bewonderende wezens die we zijn. En geloof je toch weer even wat we best nog een heel eind kunnen komen met z’n allen: We zullen doorgaan.

Soesa

Ze is 96 en we praten over euthanasie. Dat is nog een hele soesa, weet ze me te vertellen. Dus ik zit mijn tijd nog wel even uit. Zo lang kan het toch ook niet meer duren.

Ze interesseert zich nog altijd voor alles wat er in de wereld gebeurt. De oorlog in Oekraïne, de Queen die haar verjaardag viert (Ik ben dol op koningshuizen, en ook op Downtown Abbey) en Mark Rutte die volgens haar veelste joviaal doet met dat gezwaai op die fiets.

We spreken over levenservaring en levenswijsheid, en ik vraag haar wat zij tegen de wereldleiders zou zeggen als die hier in haar appartement bij ons aan tafel zouden zitten.

Ik zou aan ze vragen of ze nog weleens slapen, zegt ze. 

Voordat je naar bed gaat kijk je doorgaans in de spiegel en overdenk je de dag en je daden. En daarnaast heb je slaap nodig om uit te rusten, om zo de volgende dag verstandige beslissingen te kunnen nemen. 

Naast een Ministerie van de Toekomst, misschien ook een Ministerie voor Levenservaring installeren? 

Het mag de pret niet drukken

Siem staat hier voor ‘La Decadencia’ van Thomas Couture uit 1847. Dit schilderij was indirect een kritiek op de regering van die tijd (julimonarchie 1830-1848) die de schilder vergeleek met de decadentie van de Romeinen in de klassieke oudheid.

Kunstenaars zijn essentieel om onze blik op onze samenleving, en op onze menselijke soort scherp te houden. Dat kan middels confronterende kunst, protestliederen of punk, geëngageerde literatuur of poëzie, en niet te vergeten door satire en humor.

Gisteravond was ik bij ‘De mens en ik’ van cabaretier en filosoof Tim Fransen. Ik vond het een enorm geestige, scherpzinnige voorstelling met veel stof tot nadenken en napraten.

Fransen zet ‘onze diersoort’ genadeloos in zijn hemd; de zelfspot druipt ervan af. Hij zoomt uit om met de ogen van buitenaardse wezens naar de menselijke soort te kijken; de decadentie en arrogantie van de homo sapiens (de ‘wijze’ mens) is tragikomisch. De mensheid is kampioen om alles wat krom is, recht te lullen.

Het is geen goed idee om cynisch te worden, zegt hij. Ik ben een vrolijke pessimist. Feit is dat de mensheid ten onder gaat. Maar dat mag de pret niet drukken.

Hieronder een fragment uit een eerdere voorstelling.