Kwaak en Tjilp

Vanmorgen werd ik wakker
van de vogels.

En ik dacht: waarvan werd ik wakker?
Van de vogels.

Van het licht ook, maar
meer van de vogels.

Het licht zacht zingend,
de vogels keihard.

(gedicht: De vogels, Hans Andreus)

Vier dagen in een natuurhuisje in Grathem, vlakbij Roermond. Fantastische plek middenin het groen. Met steeds het geluid van kikkers en vogels.

’s Morgens een vers eitje van de kippen, een plons in de natuurvijver, en natuurlijk een stuk vlaai na een fietstocht. En dan ’s avonds een vuurtje met een verhalenbundel. Een mens wenst niet meer.

Genoten met mijn mannen en Hanneke die de eerste dagen met ons mee beleefde.

De titel van de bundel zegt niets over bovenstaande: daarvan is niets gelogen!

Bevrijding

Ook dit jaar mocht ik de bijeenkomst in de Sint Jan voorafgaand aan de dodenherdenking op de Goudse Markt presenteren. Mirjam Bikker hield een mooie toespraak. Stadsdichter Jeffrey van Geenen schreef een indrukwekkend gedicht. En als sopraan Nanette Mans gaat zingen word ik sowieso altijd stil.

Siem was ook mee. Afgelopen week besteedde het Klokhuis op 2 mei aandacht aan de Tweede Wereldoorlog waarin presentatrice Janouk Kelderman op bezoek ging bij de 94-jarige dame Chris de Leeuw. Zij was 14 in de oorlog en vertelt ontroerend over haar ervaringen.

De moeite waard om terug te kijken.

https://hetklokhuis.nl/tv-uitzending/5432/de-tweede-wereldoorlog

Dit liedje -uit diezelfde uitzending- mag vandaag op Bevrijdingsdag niet ontbreken. Over iedereen die op bevrijding wacht.

‘Raar dat vrede zo vaak gaat, over waar je huis toevallig staat’

Pleidooi voor nieuwsgierigheid

Gisteren was de laatste Preek van de Leek van dit seizoen. Mireille Pondman, directeur van de Anne Frank Stichting, hield een inspirerend pleidooi voor meer nieuwsgierigheid. Ze ‘zond ons de wereld in’ met een oproep de wereld en de ander te gaan ontdekken, bijvoorbeeld door eens een gesprek met een vraag te beginnen, in plaats van direct zelf het woord te nemen.

Het sluit mooi aan bij het boek dat dat ik dit weekend uitlas. ‘De grootsheid van het al’ is het reisverslag van de voet/fietstocht van Rotterdammer Raoul de Jong naar zijn moeder in Marseille.

Zo’n bombastische titel zou kunnen afschrikken, maar ik heb het boek met een brede glimlach uitgelezen. Raoul de Jong schrijft toegankelijk, grappig met een vleugje magie.

‘Het doel van deze reis was nooit geweest de wereld te verlaten. Het doel van deze reis was iets te zien wat ik thuis niet meer zag.’

Wat hij ontdekte is dat je tot in je vezels afhankelijk bent van -en verbonden bent met- anderen, dat de meeste mensen deugen en dat er iedere dag iets te ontdekken valt. Nieuwsgierigheid naar de ander en de wereld om je heen.

Als twee ‘preken’ op 1 dag naar hetzelfde wijzen, dan moet ’t een vingerwijzing van het universum (of welja) het ‘Al’ zijn.

Lang zal de kerk leven!

Mijn kerk is jarig. De samenwerkingsgemeente (de Federatie) van Remonstranten, Doopsgezinden en Vrijzinnig Protestanten in Gouda bestaat 50 jaar. Dat wordt o.a. gevierd met deze toffe campagne waarvan we hopen dat het nieuwsgierig maakt en leidt tot mooie gesprekken.

Een van de dingen die gevierd kan worden in onze kerk is ‘de twijfel’. Dominee Kim schreef hier een mooi stukje over:

Met een peinzende blik stond één van de kinderen van de kindernevendienst naar onze posters te kijken. Vervolgens vroeg hij: “Hoe dat je dat eigenlijk, de twijfel vieren in de kerk?” Het was de beste vraag die me tot dan toe gesteld was over de campagne. Onbevangen, nieuwsgierig en inhoudelijk. Ja, hoe doen we dat eigenlijk? Ik was er even stil van. Probeerde toen zoekend de woorden te vinden. “We vinden het fijn dat we als mensen niet alles zeker weten. Dat we soms twijfelen over wat we vinden of geloven. Want als je twijfelt is er ook ruimte. Dan kun je de dingen van meer kanten bekijken. Het maakt het ook leuker om met elkaar te praten als je nog niet alles zeker weet. Want dan ben je ook nieuwsgierig naar wat een ander vindt.”

Het kleedje voor Hitler

Enigszins gegeneerd vroeg ik bij de boekhandel naar ‘het kleedje voor Hitler’. De boekverkoper verblikte of verbloosde niet, maar wees me naar een grote stapel dikke boeken met een Delfts-blauw aandoende kaft. Marien begon maar liet zich afschrikken door de 622 pagina’s. Ik heb heel wat avonden geboeid met mijn neus in de familiegeschiedenis van auteur Bas von Benda-Beckmann gezeten.

Twee belangrijke personen in de stamboom zijn de twee oud-tantes van de schrijver: tante Louise en tante Tini. Louise was secretaresse van de generale staf van de landmacht en werd verliefd op Alfred Jodl -een trouwe generaal van Adolf Hitler- met wie ze in 1945 ook zou trouwen. Jodl werd ter dood veroordeeld door het Neurenberg-tribunaal maar Louise zou hem altijd blijven verdedigen. Tante Tini was op jonge leeftijd lid van de NSDAP geworden, maar verloor haar geloof in het nazisme tijdens de oorlog, en helemaal toen ze een relatie kreeg met een half-joodse arts die gedeporteerd werd naar een concentratiekamp en nooit terugkwam.

NRC recensent Jeroen van der Kris schrijft:

‘Goedpraten doet de auteur nadrukkelijk niet. Wel laat hij zien hoe mensen aan de verkeerde kant van de geschiedenis terecht konden komen, en dat blijkt beangstigend eenvoudig. Want ondanks hun bijzondere levensloop zijn de hoofdpersonen ook gewone mensen, met gewone verlangens.’

Ik vond het een geweldig boek. De auteur put uit brieven en dagboeken van zijn familie, en geeft regelmatig ook reactie op hun gedrag of woorden. Dat maakt het spannend en meer dan een interessant verhaal over Duitsers in het Derde Rijk. Het is een boek over (zelf-)reflectie; over schuld en schaamte, over wegkijken en jezelf vrijpleiten van verantwoordelijkheid. En dat is ook anno 2024 nog even actueel.