Een boek dat ruim 100 weken in de bestsellerlijst van de New York Times heeft gestaan en waarvan meer dan 6 miljoen exemplaren zijn verkocht. Dat moet iets bijzonders zijn. Ik begon vrijdagavond in ‘Daar waar de rivierkreeften zingen’ en sloeg gisteravond de laatste bladzijde om. Het moet gezegd: ik werd gegrepen door het verhaal van het meisje Kya dat in haar eentje opgroeit in het moeras in North-Carolina.

Het is een meeslepend verhaal over opgroeien, vooroordelen, eenzaamheid, liefde en overleven. Knap geschreven, fijne dialogen en vol prachtige natuurbeschrijvingen; de auteur Delia Owens is wildlife-biologe en dit is haar debuutroman.
En toch is het voor mij ‘een mooi verhaal’ zonder blijvende indruk. Het is allemaal iets te gepolijst. Te duidelijk wie goed is en wie fout. Het verhaal is rond en af. Tijdens het lezen bekroop mij het gevoel dat dit materiaal is voor een Amerikaanse film: de setting, de personages, de verhaallijn. En ja hoor, als je googelt vind je al snel de trailer. Waar ik tijdens het lezen nog een verwilderde onaangepaste vrouw voor me kon zien, komt er in de trailer een prachtig meisje tevoorschijn waar niets vuigs of wilds aan te ontdekken valt. Het drekkige moeras wordt in de film een blue-lagoon achtige setting. Te mooi om echt te zijn.
Misschien ben ik ook kritisch omdat ik nog steeds ondersteboven van dat andere boek: ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ waar ik laatst over schreef. Misschien is dat toch de kracht van goede literatuur: dat het niet alleen mooi of onderhoudend is, maar je achterlaat met meer vragen dan antwoorden. En die sfeer die bij je blijft nog weken na het lezen..
Het boek staat nu ook nummer 1 op onze bestsellerslijst.