In deze kerstperiode mocht ik vroeger een kerstbal uitzoeken bij Jacob. “Jacob” was ’t dorpswinkeltje waar vanalles werd verkocht: van doperwten tot babypakjes, van groene zeep tot kerstballen. Ik kan mij de geur nog herinneren en Jacob die mank kwam aanhobbelen om de boodschappen af te rekenen.

Aan Jacob moest ik denken tijdens het lezen van Middaguur van Dörte Hansen. Een heerlijke roman over het leven in een fictief dorpje op het Noord Duitse platteland (tegen de grens van Denemarken).
Alle bewoners van Brinkebüll worden meesterlijk beschreven. Ook daar is een dorpswinkeltje: deze wordt gerund door de vinnige Dora Koopmann. Hoofdrollen zijn weggelegd voor kroegbaas Sönke Feddersen, zijn vrouw Ella en hun zonderlinge dochter Marret Ünnergang, die met de Ontwaakt! haar dorpsgenoten waarschuwt voor het einde der tijden. Zij “loopt een kind op”, die Sönke en Ella opvoeden omdat Marret daar zelf niet toe in staat is.
In de hoofdstukken zijn hele zinnen onvertaald gebleven uit het plat-Duits. Door de context begrijp je meestal prima wat ermee wordt bedoeld en voelt het alsof je in een Lars-von-Trier achtige film zit over Brinkebüll.

Je leest hoe er wordt omgegaan met dorps-geheimen, met de tragische dood van een klein jongetje en met “import”:
“Ze maakten een schifting tussen alle nieuwe dorpsbewoners, en er waren precies twee soorten; Seggt moin en Seggt keen moin”
Er verandert veel in het dorp in de jaren zestig door modernisering en ruilverkaveling, maar het middaguur lijkt als enige onveranderd. Hoewel.. De boekenbus met zijn toeter haalt de dorpsbewoners eens per twee weken uit hun rust. Ook dit is een feest van herkenning!
Inderdaad allemaal een feest van herkenning!!