Ik vind het heerlijk op deze septemberavonden naar oude hippie-muziek te luisteren van Crosby Stills Nash, Jim Croce en Neil Young. En daar moet dan natuurlijk een boek bij. Deze week was dat En ik herinner mij Titus Broederland van Auke Hulst.

Wat een fascinerend boek. Als ik een poging doe om het omschrijven zou ik komen tot een apocalyptische historische road-novel. Het gaat over een tweeling. Waar en in welke tijd zij leven is mysterieus, maar in elk geval is de omgeving streng religieus en wordt een tweeling gezien als werk van de duivel. Hun vader had hen moeten doden bij hun geboorte maar kon dat niet over zijn hart verkrijgen. Daarom leven ze gedrieën afgezonderd in een krot. Vader drinkt, zwijgt en werkt. Titus en zijn broer (de verteller) voeden zichzelf op. Zij stoeien, lezen en spelen gitaar. Wanneer hun huis en het land dreigt te worden opgeslokt door ‘een zinkgat’ besluiten de jongens de wijde wereld in te trekken; richting de zee.
Auke Hulst neemt je meesterlijk mee in deze wereld. Je voelt de uitputting en honger, de dreiging van wilde honden en dorpsbewoners, het gebulder van het zinkgat dat je op de hielen zit. Maar ook is er de zoektocht naar schoonheid, naar broederschap, naar de mythische zee en de troost van muziek.
Met de laatste tonen van Heart of Gold van Neil Young sla ik het boek dicht, maar de broers Broederland zullen nog wel een tijdje bij me nazingen.