
Ik las De onderwaterzwemmer van P.F. Thomése. Wat een fascinerend boek. Het boek bestaat uit drie delen. Het start in 1944 als de 14-jarige Tin middenin de nacht samen met zijn vader naar de overkant van de rivier zwemt. Zijn vader heeft een onduidelijke opdracht vanuit het verzet. Tin komt verkleumd aan de andere kant aan, maar zijn vader arriveert nooit. Het eindeloze wachten, de ontreddering en de grote angst om zijn moeder onder ogen te komen worden beschreven. Hij weet zeker dat zij het hem nooit zal vergeven.
Het tweede deel speelt 30 jaar later wanneer Tin met zijn vrouw Vic naar Afrika reist om hun Foster Parents kind Salif te bezoeken. Tin doet het voor Vic. Hijzelf blijft het liefst thuis bij zijn 16-jarige dochter Nikkie.
‘Hij is iemand die graag vasthoudt aan de plek die toevallig bij hem is gaan horen. In de vertrouwde omgeving kan hij ontkennen dat je van alles afscheid neemt waar je bij staat. Zolang alles zich herhaalt, is er niets aan de hand. Geen vervolg, geen vooruitgang want dat versterkt juist het besef van verlies. Zich bewegen is zich verwijderen. Het is het onheil zelf opzoeken’.
In dit tweede deel komt het onheil opnieuw over hem. Beslissend is hoe hij hierop reageert. Zal hij zich bevrijden van het schuldgevoel van het lot van zijn vader of blijft hij ‘de man die er eigenlijk niet meer had moeten zijn’? Tenslotte lees je in het laatste deel zijn gedachten als grijsaard, in een wel zeer benarde toestand.
Tin is geen sympathiek personage maar zijn emoties worden zo goed beschreven dat er geen ontkomen aan is. Het is een echt mens. Het appelleert aan mijn eigen (en misschien wel ieders?) angsten. De angst om je liefste te verliezen, de angst die je overvalt als alle bekende ankers weg lijken weg te vallen, de verlammende angst zoals je die kunt ervaren in een boze droom waar je maar niet uit kunt komen. Thomése zegt daar zelf over dat je kunt rebelleren tegen het noodlot, maar dat het noodlot daar niets van aantrekt. Met die brute werkelijkheid moeten wij het doen
Op de laatste zinzoekerskring hadden wij het over angst. We lazen teksten van de Deense filosoof Soren Kierkegaard. Volgens hem kun je door je angst heen vertrouwen leren.
‘Angst te leren kennen is een avontuur dat ieder mens beleefd moeten hebben. Anders dreigt hij verloren te gaan door nooit angst gekend te hebben, of door in angst weg te zinken. Wie dan ook op de juiste manier geleerd heeft wat angst is, heeft het hoogste geleerd.’
Het boek De onderwaterzwemmer heeft mij in ieder geval weer eens mijn eigen angsten onder ogen laten zien. En aan het einde van de tunnel gloort en dan toch -ook in dit boek -een sprankje hoop ..
Ha lieve Miriam,
Wat lezen we toch dezelfde boeken!!! In ieder geval zijn we beiden onder de indruk van minstens twee….
‘De onderwaterzwemmer’ heb ik net weer voorgelezen aan een oude dame van negentig, ze vond het
prachtig….Had ‘m zelf al eerder gelezen maar het was absoluut geen straf in de herhaling.
liefs, Maria