De bergen. Het blijft trekken, ieder jaar weer. Dit jaar de Italiaanse Alpen, Val ‘d Aosta. Met in de rugzak De Acht Bergen van Paolo Cognetti, een berg-boek bij uitstek over een jeugdvriendschap tussen Pietro -uit Milaan- en Bruno een jongen uit een bergdorp in noord Italië. We hadden voor vertrek de film op Netflix gekeken en beiden lazen we daar het boek. Schitterend. Zowel het boek als de bergen.

“Misschien is het waar, zoals mijn moeder beweerde, dat ieder van ons een favoriete hoogte heeft in de bergen, een landschap dat op ons lijkt en waar we ons goed voelen. Het hare was ongetwijfeld het bos op vijftienhonderd meter hoogte, met schaduwrijke sparren en lariksen, waaronder bosbessen, jeneverbessen en rododendrons groeien en waar de reebokken zich verschansen. Ik voelde me meer aangetrokken tot de bergen die daarna komen: alpenweiden, bergbeken, veengronden, hooglandgrassen en grazende beesten. Nog iets hoger verdwijnt de vegetatie, is alles tot het begin van de zomer bedolven onder de sneeuw en is het grijs van met kwarts dooraderde en met geel korstmos ingelegde rotsen de voornaamste kleur. Daar begon de wereld van mijn vader.” Paolo Cognetti





