Zeventien jaar geleden werd Grof Geld geboren; in een bos bij Lage Vuursche. Onze mannen waren samen op stap, en wij schilderden op een kleed tussen de bomen opdrachtjes voor elkaar. De mannen hengelden regelmatig of zij ook niet in aanmerking kwamen voor een creatieve workshop. Gisteravond was het zover: Annette organiseerde ter ere van haar verjaardag de eerste Grof Geld Workshop voor mannen.
Er was best een beetje koudwatervrees, maar wat hebben ze het geweldig gedaan; vol overgave stortten zij zich in de kunst. We maakten een plank voor elkaar met kleine natuur kunstwerkjes.
Sinds een bioscoopbezoek van Siem met zijn vader een paar weken terug, klinkt vaak de soundtrack van Wonka door ons huis. Heerlijke muziek waar ik direct dans- en theaterzin van krijg. Siem zelf raakt natuurlijk geïnspireerd om in de verkleedkist te duiken naar de juiste Wonka-outfit en hem tientallen keren te tekenen.
Regisseur Paul King maakte al twee geweldige Paddingtonfilms en is dus nu aan de slag gegaan met ‘wat vooraf ging’ aan de klassieker van Roald Dahls’ Charly and the Chocolate factory. Wonka vertelt het verhaal van een jongen die zijn droom wil realiseren: de chocolade recepten van zijn overleden moeder aan de man te brengen. Na een lange zeereis komt hij in een Charles Dickens-achtig stadje waar hij al snel van zijn geld af is en opgesloten wordt in een wasserij waar hij moet werken. Ook zitten de rijke gevestigde chocolatiers van het stadje niet te wachten op een nieuwe ster aan het firmament. Natuurlijk verzint Wonka een list en komt uiteindelijk alles goed.
Het is een hartverwarmende muziek-film met geestige bijrollen van Hugh Grant als oempa-loempa en Rowan Atkinson als een aan chocola verslaafde corrupte priester. De film is magisch, verhalend en zoet in alle opzichten. Maar dat kan ik uitstekend verdragen.
Toen ik vandaag terugfietste uit de biscoop peilde Siem mijn reactie: ‘Snap je nou mam, dat je direct wilt gaan verkleden als je de film gezien hebt? Ik snap hem maar al te goed. Je wilt in de sfeer blijven; over daken dansen, een giraf melken en wegzweven aan een tros ballonnen. Een goed zoet medicijn na een ochtend lezen in de weekend krant..
Mijn vriendinnen kennen mij goed. Voor mijn 45e gaven ze mij het vuistdikke boek: Kukuruznik van Saskia Goldschmidt en de daarbij aansluitend de literaire lezing in de Goudse Schouwburg.
Enorm genoten van het boek, en zeker ook van het verhaal van de auteur. Saskia Goldschmidt was jaren lang theatermaker en docent voordat ze zich fulltime op het schrijven toelegde. In de lezing vertelde ze hoe zij tot het schrijven -en specifiek tot deze roman- kwam.
Kukuruznik gaat over de 25-jarige Noa, die samen met haar vader in een oud groot pand in de rosse buurt van Amsterdam woont. Wanneer haar vader overlijdt, erft ze een kist vol brieven en documenten. De brieven vertellen de verhalen van aviatrices, vrouwelijke vliegeniers uit het interbellum. Dappere, stoere vrouwen die de rolpatronen van die tijd aan hun laars lapten. Ook zitten er liefdesbrieven van een onbekende vrouw in de kist, en verhalen over ‘beestjes met vleugels’. Pas aan het einde van de roman, komen alle verhaallijnen knap samen.
Met een gesigneerd boek onder de arm, en een hoofd vol verhalen de schouwburg uit. Top cadeau.
Januari is de maand van de goede voornemens. Nou zijn die natuurlijk veelal gedoemd te mislukken, maar toch heb ik een streven: ik ben begonnen met online pianolessen. Mijn doel is eind dit jaar op de stationspiano Imagine van John Lennon te kunnen spelen.
Een ander voornemen is om meer in beweging te komen. Boeken lezen is fijn en goed, maar nogal een zittende aangelegenheid. Postcasts kun je lopend luisteren, of onderweg in de trein. Deze maand heb ik er twee geluisterd over de Tweede Wereldoorlog. Beiden zeer de moeite waard.
Allereerst: De verdwenen winkels Daarin gaat Rose Heijnen, achterkleindochter van de joodse ondernemer Jacob Menko op onderzoek uit wat er met de winkels van haar familie is gebeurd. Menko opende voor de oorlog vier warenhuizen. Na de oorlog zijn de winkels verdwenen, net als Jacob zelf. Zijn jongste dochtertje Emmy overleeft als enige van het gezin de oorlog. Zij is de oma van Rose. Ook Emmy weet tot op de dag vandaag niet wat er met de winkels van haar vader is gebeurd. De podcast is een combinatie van een indrukwekkende familiegeschiedenis en boeiend historisch onderzoek.
Ook verslavend goed vond ik De verdwenen SS-er Dit is een samenwerking tussen podcastmaker Jordy Hubers en Floris van Dijk, Hoofd Onderzoek van Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Je volgt de zoektocht naar de mysterieus verdwenen SS-kampcommandant Walter Heinrich van Kamp Amersfoort. Ze onderzoeken zijn mogelijke voetsporen en komen tot verrassende ontdekkingen.
Na het luisteren van deze podcasts over de ontwrichting van oorlog, en de gevolgen die nog generaties voortduren, is mijn motivatie om ‘Imagine’ te spelen er niet minder op geworden.
Imagine all the people Living life in peace… You may say I’m a dreamer But I’m not the only one I hope someday you’ll join us And the world will be as one
Wanneer Marien een project heeft volbracht zegt hij vaak gekscherend: “Jij bent mijn muze”, waarop ik dan steevast antwoord: “Meer dan een muze” Tijdens de opening van World Press Photo in Gouda vertelde hij dit aan het publiek.
Vrienden die goed hadden opgelet, gaven mij als verjaardagscadeau dit toffe boek van de Kunstmeisjes. Geweldige vondst. Een boek waarin het leven en werk van tientallen vrouwen wordt beschreven die de kunstwereld hebben opgeschud en verrijkt.
Tegelijkertijd las ik de laatste roman van Arthur Japin. ‘Wat stilte wil’ vertelt het levensverhaal van Anna Witse. Zij leefde van 1855 tot 1889 en verkeerde via haar broer Willem Witse in de kringen van de Tachtigers; een beweging van jonge kunstenaars en schrijvers die wilden breken met tradities (o.a. Frederik van Eeden, Willem Kloos, Albert Verweij)
Anna had een goede stem, kreeg zangles en had de vurige ambitie om zangeres te worden. Het was in die tijd echter voor een vrouw uit haar milieu ondenkbaar om een eigen carrière te hebben. Eigenzinnig als zij was -en geïnspireerd door de vernieuwende wind die waaide- zocht zij haar eigen weg in de muziek en in de liefde. Maar haar omgeving besliste anders..
Ik kan de historische romans van Japin altijd waarderen; hij verdiept zich grondig in zijn hoofdpersonages en geschiedenis. Het wat archaïsch taalgebruik helpt ook om je in de 19e eeuw te wanen. Wat ik jammer vond: de zus van Anna- Cobi Witse- wordt wel erg kleinburgerlijk en zuur neergezet. Ik begrijp dat een onsympathiek personage helpend is voor het verhaal, zij is wel echt een karikatuur.
Anna inspireerde na haar dood diverse Tachtigers, zoals Frederik van Eeden in zijn ‘Van de koele meren des doods’. Wat deze roman van Japin echter duidelijk maakt is dat Anna Witse veel meer dan een muze was.