“Over de doden praten we niet, die gedenken we”
Deze zin komt uit De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld. De eerste Nederlandstalige roman die in 2020 de International Booker Prize won. Ik las het tijdens de afgelopen lenteachtige dagen in de tuin. Een schril contrast met de sfeer van dit boek.

De roman gaat over een streng religieus boerengezin waarvan de oudste zoon verdrinkt. Alle gezinsleden worstelen met zijn dood, met elkaar, en met het leven. De drie overgebleven kinderen worden emotioneel aan hun lot overgelaten. Er zijn duistere gedachten, er is geweld, schuld, ontluikende seks en perversie. En heel veel eenzaamheid. De hoofdpersoon wordt Jas genoemd, omdat ze sinds de dood van haar broer haar jas niet meer uittrekt.
Marieke Lucas Rijneveld is ook dichter; door de poëtische taal word je het verhaal ingezogen. Soms wilde ik het boek wegleggen; teveel onheil, duisternis en smerigheid. En toch las ik door, vanwege de ontwapenende hoofdpersoon, door die hypnotiserende taal, en misschien ook de hoop dat ergens iets ten goede keert..
In een artikel van het Humanistisch Verbond (in België) schrijft recensent Victor de Reymaeker:
Lucas (toen nog Marieke) was in gesprek gegaan met haar collega-schrijfster, Lise Spit. Die had haar de raad gegeven “onverbiddelijk” te zijn bij het schrijven. Ze schreef dit in grote letters op de muur, naast het portret van Jan Wolkers. Duidelijk ook een grote bron van inspiratie. Rijneveld zou alles bij elkaar zes jaar schrijven aan “De avond is ongemak” waarbij ze de raad van Lise duidelijk en met succes toepaste. Wat misschien de overvloed aan seksuele aandacht, het grimmige, het beklemmende, het misselijk makende van de details kan verklaren.
Ik heb het gelezen, me erin ondergedompeld, en het zal me bijblijven.
Herlezen? Voorlopig niet. Daarvoor is het me te onverbiddelijk.



