Buiten fietsen

Gisteren bezocht ik samen met mijn lievelingsneef Hans museum Singer Laren.

Tentoonstelling De Nieuwe Vrouw toont de veranderende maatschappelijke positie van de vrouw vanaf eind 19e eeuw weergegeven in de beeldende kunst. Vrouwen die betaalde arbeid gingen doen, vrouwen die de barricades opgingen, vrouwen die hun haar kort knipten of op de fiets sprongen..

Mijn favoriete werk is van Bart van der Leck (normaal hangt het werk in museum Kroller Muller). Hij schilderde in 1913 ‘buiten met de fiets’. Dat lijkt een ogenschijnlijk gewoon tafereel van twee dames die gezellig een rondje hebben gefietst, maar in die tijd was fietsen ‘not done’ voor vrouwen. Er werd zelfs gedacht dat vrouwen er onvruchtbaar door zouden worden.

Het was een heerlijke dag met mijn neef; het museum bezoek, rondgeleid worden door de plaatselijke pastoor in de Sint Jans-basiliek, eten in het oudste cafe van Laren en samen wandelen in de omgeving. Bijzonder dat je elkaar zo goed en lang kent, getuige bent geweest van elkaars ups en downs, humor en bepaalde trekken deelt.

buiten fietsen in België, 2003

Het is er al

Vrijdagavond arriveerde ik in het Dominicanen klooster in Huissen. Ik volgde daar -samen met mijn 14 collega’s geestelijk verzorgers- het retraite-weekend ‘Dat onverwoestbare in mij’ door filosofe Welmoed Vlieger.

We lazen teksten van drie ‘innerlijkheidsdenkers’ – Martin Buber, Sören Kierkegaard en Etty Hillesum – om te onderzoeken hoe je om kunt gaan met angst, vertwijfeling en levensvragen. We gingen met elkaar in gesprek, volgden een meditatie, voegden ons in het kloosterritme van vieringen en stilte. En gisteravond keken we de bekende film ‘As it is in heaven’ uit 2004.

Hoewel ik deze film minstens 2 keer eerder had gezien, bekeek ik hem nu met nieuwe ogen. Er ontvouwde mij zich opeens een modern evangelie waarin dirigent Daniel een messiaans-achtig figuur is, die krachten in mensen aanspreekt die ze verwaarloosd hadden of niet meer wisten dat ‘het er was’. Solidariteit, liefde, vrijheid. Aan het eind van de film sterft Daniel maar zijn levenstaak of roeping is volbracht. Terwijl zijn koor zijn boodschap van liefde en verbinding zingt geeft hij de geest maar met een glimlach op zijn lippen. In onderstaand fragment profeteert hij als het ware al aan zijn geliefde ‘leerling’ Lena (ja warempel, zoals Maria Magdalena..) hoe het zal gaan.

De prachtige titel ‘dat onverwoestbare in mij’ komt uit de dagboeken van Etty Hillesum. En precies dat wordt ook aangesproken in deze film bij alle personages.

Het waren verbindende en inspirerende dagen, met krachtige bronnen om uit te putten voor mijn leven en werk.

https://youtu.be/dsATd9JiG2w

Voorlezen

Het is kinderboekenweek! Hoewel ik niet zo’n actieve moeder ben op de school van Siem, vond ik het erg leuk dat ik vanmorgen mocht voorlezen in zijn klas. Ik koos voor het geweldige sprookjesboek met illustraties van The Tjong-Khin. De kinderen uit mijn groepje kozen voor ‘de nieuwe kleren van de keizer’ (altijd leuk zo’n blote keizer) en het griezelige ‘Blauwbaard’.

Ik was als kind al dol sprookjes; iedere zomervakantie mocht ik bij ‘Gijsbert’ -die zowel postkantoor/juwelier als klokkenmaker van het dorp was- een cassettebandje uitkiezen voor in de auto. Assepoester heb ik grijs gedraaid en ons hele gezin kon het bandje woordelijk meezeggen,

Volksverhalen en sprookjes spelen ook een belangrijke rol in het boek dat ik de afgelopen dagen las: ‘Perzik bloesem lente’ van Melisse Fu. Deze epische debuutroman gaat over drie generaties van een Chinese familie, op zoek naar een thuis.

Wanneer Japan in 1938 China binnenvalt, vlucht een jonge moeder met haar 4-jarig zoontje. Ze nemen een handbeschilderde boekrol mee waarop volksverhalen/ fabels staan. De verhalen bieden troost en perspectief.

Vanavond heb ik Siem weer lekker voorgelezen voor het slapen-gaan. Dat doen we iedere avond, kinderboekenweek of niet. Godzijdank gewoon in zijn veilige bed zonder op de vlucht te zijn voor oorlog en ellende.

Als de blaadjes vallen

Een keer per jaar ga ik voor bij het Oecumenisch Initiatief Gouda. Vandaag was het thema Zinvol op leeftijd. Aan de hand van een verhaal uit Genesis, maar ook woorden van Benedictijn Anselm Grun en dichter Han G. Hoekstra verkenden we de uitdagingen en kansen van het ouder worden. We luisterden naar ‘de Herfst’ van Vivaldi. Hoe geef je kleur en geur aan de herfst van je leven?

Anselm Grun zegt dat we onszelf zouden moeten oefenen in aanvaarden, loslaten en boven jezelf uitstijgen. En- zo voeg ik er zelf graag aan toe- daarmee pogen een wijzer mens te worden.

Voorafgaand aan zo’n viering lees ik me altijd op allerlei manieren in of kijk ik dingen terug. In 2018 maakte Coen Verbraak het prachtige tweeluik Kijken in de Ziel over premiers. Hij sprak met Dries van Agt, Wim Kok en Jan Peter Balkenende (Ruud Lubbers was toen al te ziek).

Voor mij steekt Wim Kok er bovenuit. In het gesprek toont hij dat hij kan reflecteren op zichzelf en zijn verleden, hij heeft zijn macht kunnen loslaten, en -opvallend- zijn ego lijkt niet prominent de hele ruimte te vullen. ‘Het is uitstekend dat kinderen en jongeren van nu niet meer weten wie Wim Kok is.’

Negen maanden later na dit interview overleed Wim Kok tamelijk onverwacht na complicaties van een hartoperatie. Mark Rutte zegt tijdens zijn uitvaart: “Alles aan hem was echt”. Voor mij is hij een inspirerend voorbeeld van goed leiderschap en een wijs mens.

Moerasmeisje

Een boek dat ruim 100 weken in de bestsellerlijst van de New York Times heeft gestaan en waarvan meer dan 6 miljoen exemplaren zijn verkocht. Dat moet iets bijzonders zijn. Ik begon vrijdagavond in ‘Daar waar de rivierkreeften zingen’ en sloeg gisteravond de laatste bladzijde om. Het moet gezegd: ik werd gegrepen door het verhaal van het meisje Kya dat in haar eentje opgroeit in het moeras in North-Carolina.

Het is een meeslepend verhaal over opgroeien, vooroordelen, eenzaamheid, liefde en overleven. Knap geschreven, fijne dialogen en vol prachtige natuurbeschrijvingen; de auteur Delia Owens is wildlife-biologe en dit is haar debuutroman.

En toch is het voor mij ‘een mooi verhaal’ zonder blijvende indruk. Het is allemaal iets te gepolijst. Te duidelijk wie goed is en wie fout. Het verhaal is rond en af. Tijdens het lezen bekroop mij het gevoel dat dit materiaal is voor een Amerikaanse film: de setting, de personages, de verhaallijn. En ja hoor, als je googelt vind je al snel de trailer. Waar ik tijdens het lezen nog een verwilderde onaangepaste vrouw voor me kon zien, komt er in de trailer een prachtig meisje tevoorschijn waar niets vuigs of wilds aan te ontdekken valt. Het drekkige moeras wordt in de film een blue-lagoon achtige setting. Te mooi om echt te zijn.

Misschien ben ik ook kritisch omdat ik nog steeds ondersteboven van dat andere boek: ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ waar ik laatst over schreef. Misschien is dat toch de kracht van goede literatuur: dat het niet alleen mooi of onderhoudend is, maar je achterlaat met meer vragen dan antwoorden. En die sfeer die bij je blijft nog weken na het lezen..