Enigszins gegeneerd vroeg ik bij de boekhandel naar ‘het kleedje voor Hitler’. De boekverkoper verblikte of verbloosde niet, maar wees me naar een grote stapel dikke boeken met een Delfts-blauw aandoende kaft. Marien begon maar liet zich afschrikken door de 622 pagina’s. Ik heb heel wat avonden geboeid met mijn neus in de familiegeschiedenis van auteur Bas von Benda-Beckmann gezeten.
Twee belangrijke personen in de stamboom zijn de twee oud-tantes van de schrijver: tante Louise en tante Tini. Louise was secretaresse van de generale staf van de landmacht en werd verliefd op Alfred Jodl -een trouwe generaal van Adolf Hitler- met wie ze in 1945 ook zou trouwen. Jodl werd ter dood veroordeeld door het Neurenberg-tribunaal maar Louise zou hem altijd blijven verdedigen. Tante Tini was op jonge leeftijd lid van de NSDAP geworden, maar verloor haar geloof in het nazisme tijdens de oorlog, en helemaal toen ze een relatie kreeg met een half-joodse arts die gedeporteerd werd naar een concentratiekamp en nooit terugkwam.

NRC recensent Jeroen van der Kris schrijft:
‘Goedpraten doet de auteur nadrukkelijk niet. Wel laat hij zien hoe mensen aan de verkeerde kant van de geschiedenis terecht konden komen, en dat blijkt beangstigend eenvoudig. Want ondanks hun bijzondere levensloop zijn de hoofdpersonen ook gewone mensen, met gewone verlangens.’
Ik vond het een geweldig boek. De auteur put uit brieven en dagboeken van zijn familie, en geeft regelmatig ook reactie op hun gedrag of woorden. Dat maakt het spannend en meer dan een interessant verhaal over Duitsers in het Derde Rijk. Het is een boek over (zelf-)reflectie; over schuld en schaamte, over wegkijken en jezelf vrijpleiten van verantwoordelijkheid. En dat is ook anno 2024 nog even actueel.