
Hoe kun je nog over God spreken als je niet meer aan het klassieke –menselijke- godsbeeld vasthoudt? Wat kun je met de Bijbel als je deze niet meer letterlijk (maar wel serieus) wilt nemen? Hoe verenig je geloof en wetenschap? Over o.a. deze vragen schreven elf vrijzinnig theologen het boek ‘Liberaal Christendom’. Jan Offringa , een van de auteurs, hield maandag een boeiende inleiding over het boek
Als ik mensen vertel dat ik lid ben van een vrijzinnige geloofsgemeenschap, leidt dat vaak tot vragen en ook vaak tot mooie gesprekken. Religieus zijn wekt vragen op, maar meestal geen weerstand (meer) is mijn ervaring. Dat past helemaal in deze post-seculiere tijd, aldus Offringa. Er is een hernieuwde aandacht voor religie, ook in het publieke domein. De populariteit van de Passion onder ‘seculieren’ zou daar een voorbeeld van zijn. Hoewel veel mensen niet meer kerks zijn, voelen zij zich wel aangesproken door spiritualiteit, rituelen en symbolen.
De campagne van de Remonstranten heet“ MIJN GOD.. “ en wil -naast bekendheid creëren voor het Remonstrants Broederschap en leden werven- ook een duidelijke tegenstem bieden aan het orthodoxe christendom. Naast de posters van de Bond tegen het Vloeken of JEZUS LEEFT vind je nu ook posters van de Remonstranten op de NS stations.
Ik kan dit progressief christelijke geluid waarderen hoewel ik de woorden MIJN GOD lastig vindt, zeker na de lezing van maandag. Alsof je naast de strenge toornige God een ruimdenkende geëmancipeerde God zet. God is dan toch weer een soort opperwezen met menselijke eigenschappen. De woorden van theoloog Bonhoeffer blijven bij me haken: ‘Einen Gott, den es gibt, gibt es nicht’. God is niet te vangen.
Wat kun je dan nog over God zeggen? In ‘Liberaal Christendom’ wordt God aangeduid als ‘de ervaring van een dynamische werkelijkheid die op ons en onze werkelijkheid inwerkt’. Ik vind het moeilijk. Misschien kunnen we het maar het beste overlaten aan dichters. Zij kunnen in taal uitdrukken wat niet in taal uit te drukken is (met dank aan Leo Vogel:-)
Psalm 1- Leo Vroman
Systeem! Gij spitst geen oog of baard
en draagt geen slepend kleed;
hij die in u een mens ontwaart
misvormt u naar zijn eigen aard
waar hij ook niets van weet.
Systeem, ik noem u dus geen God,
geen Heer of ander Woord
waarvan men gave en gebod
en wraak wacht en tot wiens genot
men volkeren vermoordt.
Systeem! Lijf dat op niets gelijkt,
aard van ons hier en nu,
ik voel mij diep door U bereikt
en als daardoor mijn tijd verstrijkt
ben ik nog meer van U.

Praten en denken over God is niet eenvoudig, zeker niet wanneer een persoonlijke God wordt losgelaten.
Er zal altijd wel iets persoonlijks in God blijven omdat wij nu eenmaal mensen zijn die de neiging hebben om menselijke eigenschappen aan God (en dieren) toe te kennen. Een abstracte voorstelling van God leidt tot Niets.
Wijlen mijn schoonvader – afkomstig uit een bevindelijk orthodox milieu – sprak vaak over ‘mijn God’. Hij moet het gevoel hebben gehad dat hij een persoonlijke relatie met zijn God had.
De advertenties van de vrijzinnige Remonstranten over hun God bekijk ik daarom met verbazing. Misschien zijn ze ironisch bedoeld.
In het bijbelboek Psalmen spreekt David ook over ‘mijn God’. In Psalmen 22 roept hij uit: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Die worsteling met een persoonlijke God spreekt tot de verbeelding en ontroert. Later heeft Matteüs diezelfde woorden Jezus in de mond gelegd toen hij aan het kruis hing.
Misschien kunnen we niet zonder een persoonlijke God, ook al beseffen we tegelijkertijd dat God geen ‘opperwezen met menselijke eigenschappen’ is. ‘Mijn God’ blijft nodig om het verhaal door te geven. In mijn ogen is Hij ook geen ‘Systeem’ overigens.
Maar het is altijd gemakkelijker om aan te geven wie God niet is dan om te zeggen wie Hij wel is …
Hoi Mirjam, weer een prachtig verhaal n.a.v. de lezing van Jan Offringa.
Hoe vrijzinnig ik ook meen te zijn, het blijft inderdaad lastig om over God te spreken. Daarom begrijp ik de reactie van Kees ook heel goed. Wij kunnen niet (ik in ieder geval niet) al het gedachtegoed dat wij hebben meegekregen helemaal “deleten” en blanco over God, geloven, religie praten. Het blijft vaak zoeken naar de goede woorden om jouw eigen beleving duidelijk te maken. Dat maakt het ook spannend en boeiend! En het is een goede reden om met elkaar daarover in gesprek te blijven. Dat heb ik in ieder geval weer geleerd van Offringa. Nu moet ik het boek nog gaan lezen.
Prachtig gedicht van Vroman.