Het blinde licht

Toespraak eindexamen VWO, 1997

Men noemde het een pretpakket: Nederlands, Engels, Duits, biologie, geschiedenis, tekenen en wiskunde A. Dat laatste om een wetenschappelijke studie niet helemaal uit te sluiten. In alle vakken had ik plezier, maar wiskunde bleef voor mij gehuld in duisternis. Waar andere leerlingen de formules leken te begrijpen, haalde ik ternauwernood een 3,4 voor mijn centraal schriftelijk. 

Bij het lezen van ‘het blinde licht’ van de Chileense Benjamin Labatut werd ik weer geconfronteerd met die blinde vlek en mijn intellectuele plafond. Het is een roman over briljante wetenschappers wiens uitvindingen de wereld hebben veranderd en tegelijk aan de rand van de afgrond hebben gebracht. Zoals de joodse Fritz Haber die stikstof uit de lucht wist om te zetten in vaste stof, toepasbaar in kunstmest. Hij redde duizenden mensen van hongersnood, maar hij organiseerde ook de eerste gifgasaanval van de Eerste Wereldoorlog. Zijn stikstof uitvinding hielp de nazi’s later ook bij het fabriceren van explosieven en om miljoenen mede-Joden te vergassen.

Labatut duikt in het leven van onnavolgbare genieën, onaangepaste eenzaten met een y-chromosoom, die ijlend van de koorts kwantumobjecten proberen te berekenen (Schrodingen, Heisenberg), het bestaan van zwarte gaten aantonen (Schwarzschild) of de grondslagen van de wiskunde omverwerpen (Grothendieck). Aanvallen van intellectuele grootsheid waren het, waarna de wereld voorgoed onkenbaar en onbegrijpelijk werd. En de genieën knettergek”.

Labatut laat de duistere kant van de wetenschap zien, en ook dat er een grens is aan het kennen en begrijpen. Een van de hoofdstukken is getiteld: ‘Toen we ophielden de wereld te begrijpen, toen werd literatuur pas echt noodzakelijk’ 

En dat was voor mij dan weer een Eureka-moment.  

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *