Allerzielen 2020

Dit jaar kunnen we geen herdenkingsbijeenkomst in Liduina houden. Als alternatief heb ik een boekje gemaakt voor alle familieleden van de –vele- mensen die we het afgelopen jaar verloren hebben. Met gedichten, persoonlijke woorden uit het gedenkboek, en een oproep om vanavond thuis een kaarsje te branden. Ook branden er kaarsen op het plein voor het verpleeghuis in de vorm van een hart. Deze foto kreeg ik van de avondzuster..

Als alles duister is

ontsteek dan een lichtend vuur

Dat nooit meer dooft,

Een vuur dat nooit meer dooft.

En ook op de begraafplaats in Gouda flikkert vanavond een dapper lichtje..

Griezel

Gaan we nog Halloween vieren? vroeg Siem gister. Nee hoor, zei ik, dat doen ze alleen in Amerika. Bovendien hou ik niet griezelverhalen. De werkelijkheid is in deze tijd al griezelig genoeg dacht ik erbij -maar dat zei ik niet.

Halloween is afgeleid van All Hallows Eve; het is de avond voor Allerheiligen op 1 november. Men denkt dat het is afgeleid van het Keltische feest Samhain. De Kelten vierden de start van de winter, hun nieuwjaar, en ze geloofden dat de doden op die avond terugkwamen naar de aarde. Slechte geesten werden bang gemaakt met grote vuren en enge maskers.

Dat verkleden en die maskers zijn natuurlijk nog herkenbaar in het huidige feest. Kinderen zijn meestal nog koddig als spook of skelet. Maar volwassenen zien er uit alsof zij rechtstreeks uit een horror-film zijn gelopen. Ik kan er helemaal niets mee (met het hele genre horror trouwens niet).

Om toch een beetje aan Siems wensen tegemoet te komen, las ik gisteravond het verhaal ‘Griezelen’ van Kikker en Pad. Het zijn geweldige verhalen en illustraties van Arnold Lobel, die voor t eerst het in het Nederlands verschenen in 1979 –mijn geboortejaar.  Verhalen vol wijsheid. En zo schattig. Daar is niks horror aan:

Het was een koude donkere avond

‘Luister eens naar de wind

die huilt in de bomen’, zei Kikker

‘Het is echt weer voor een spookverhaal.’

Pad kroop dieper weg in zijn stoel.

‘Pad’, vroeg Kikker,

‘Vind jij het niet leuk om bang te zijn?

Vind jij het niet leuk om te griezelen?’

‘Nou, leuk is anders’ zei Pad.

Kijk, met Pad kan ik praten.

Afscheid

Vrijdag hebben we afscheid genomen van onze allerliefste (schoon-)vader en opa Leen. Wat zullen we hem missen. Leen was een man van weinig woorden, zorgzaam en eerlijk. En zeer geliefd. Het was ook niet moeilijk om van hem te houden.

Siem en opa hadden vanaf het begin een hechte band. De enige die Siem moeiteloos in slaap kreeg was opa Leen, met zijn rust en tomeloze geduld. Samen in de tuin werken, samen spelen, en heel veel kroelen.

Siem vertelde me vorige week dat het kloppen van je hart eigenlijk het kloppen van je geest is. Als je hart niet meer klopt, gaat het deurtje open en kan je geest eruit vliegen. Ik heb Leen Siems’ filosofie nog verteld. Hij knikte instemmend.

Wij moesten hem loslaten, zodat zijn geest kan vliegen.

Goede reis lieve Leen. Adieu

Kijk,
ik weet het niet
ik was nog nooit dood,
maar als je nou dood bent,
wat zie je dan
wat zie jij nu wat ik niet zie?
Want als de ogen zich sluiten
en het zicht naar binnen keert,
waar ben ik dan?
En jij?
En wij?

Kijk,
als ik die kurkentrekker pak,
die Zweedse van blank berken
en een fles rooie ontkurk,
dan zie ik jou voor me,
zoals je dat deed
je ogen,
je hand,
het glas.

Kijk,
dat wel
en de zon
een rooie bal over de heuvels
en de meeuw
een vliegende vlek in de zon
net als jij.

Bert Schierbeek

troost van de herfst

Het is koud in het verpleeghuis. Op de gangen en op kantoor staan de ramen open; ventilatie. Helaas kon vrijdag de viering die ik had voorbereid niet doorgaan. We nemen geen risico- terecht- met groepsactiviteiten. Ik voel de onrust bij bewoners en medewerkers stijgen. Ook bij mij. Het wordt een lang, koud najaar met grote uitdagingen. Ook op sociaal gebied; blijven we met elkaar verbonden zoals tijdens de eerste golf?

In de Volkskrant van dit weekend stond een mooi essay: Biedt de herfst dit jaar toch nog enige troost? van Sander van Walsum. Dit jaar versterkt corona de herfst-melancholie, denkt René Diekstra. De beleving van de wereld zal nog grijzer zijn dan in andere jaren.

De herfst is het jaargetijde waarin mensen gaan schrijven, dichten en schilderen om de demonen die hen besluipen te verdrijven. ‘Zonder melancholie zou er slechts lichtzinnige en oppervlakkige geluks-cultuur zijn die de tragiek van het leven miskent (..) Onrust baart elegantie,’ schreef Eric G. Wilson in Against Happiness. Onrust baart elegantie. Inderdaad. Ik hou erg van Nick Drake, Leonard Cohen en Rutger Kopland.

Gister heb ik me in ieder geval nog gelaafd aan de schoonheid van de nazomer en gewarmd aan de laatste zonnestralen in eigen tuin. En ik bakte een appeltaart met pruimen. Om een bodempje te leggen…

Dag-gedicht van vandaag- 27 september- uit: ‘Ik wou dat ik een vogel was’, een natuurgedicht voor iedere dag

Het is vandaag zo’n dag

tussen herfst en zomer in

dat alles ruikt naar appels

en een brok betovering.

In mijn buik voel ik nog warmte

van een ver vakantieland

maar buiten waait een briesje

dat speels kriebelt aan mijn hand

De blaadjes van de bomen

zijn gemaakt van glimmend goud.

Ik geniet van ieder sprankje,

want morgen wordt het koud.

Reine de Pelseneer

Zwarte Schuur

Omdat ik verkouden was afgelopen weekend, moest ik gister door de corona-teststraat. Respect voor de ingepakte GGD-medewerkers die aan de lopende band wattenstaafjes in neuzen en kelen steken, deskundig en vriendelijk blijvend in zo’n unheimische parkeergarage.

Ik werkte dus de afgelopen dagen vanuit huis. Een voordeel: ik kon lekker lunchen in de nazomerzon met het laatste stukje van Zwarte Schuur van Oek de Jong. Wat een meesterlijk boek!

Het boek start als de schilder Maris Coppoolse en zijn vrouw Fran onderweg zijn naar de opening van zijn overzichts-tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Maris en Fran zijn 20 jaar samen, en hun huwelijk zit in een dal. ‘Zwijgend zaten ze in de taxi’, is de openingszin. De toon is gezet.

Na de tentoonstelling verschijnt er ook nog eens een artikel waarin wordt onthuld dat Maris als 14-jarige de dood van zijn buurmeisje Matty op zijn geweten heeft. Maris is verminkt door dit trauma uit zijn jeugd; hij draagt zijn hele leven deze schuld met zich mee.

Oek de Jong schrijft indrukwekkend over menselijke relaties en psychologie, zeer dicht op de huid. Door minutieus de handelingen te beschrijven en de levensechte dialogen is het alsof je bij Maris en Fran aan tafel zit en je ze al jaren kent. Dries Muus schrijft in het Parool: ‘Zwarte schuur is meeslepend, soms adembenemend, verbluffend inzichtelijk en echter dan de meeste dagen in je leven.’

Het duurt even voordat je uit de bubbel van zo’n intens boek bent.

Gelukkig kreeg ik vanmorgen vroeg de uitslag van de test: negatief! Ik mag mij weer in het publieke en werkzame leven storten. Maar Zwarte Schuur zal nog wel een tijdje bij me blijven.