My name is nobody

Afgelopen week overleed de Italiaanse componist Ennio Morricone. Ik herinner mij dat mijn broer Peter begin jaren ‘90 als eerste in huis een cd-speler had. Ik mocht daar als klein zusje natuurlijk niet aankomen, maar soms mocht ik wel meeluisteren met zijn muziek.

Hij had twee cd’s: 1 cd van Tour of Duty (met Riders on the Storm) en 1 cd van Ennio Morricone. Beide albums behoren nu tot de soundtrack van mijn jeugd.

Toen ik op mijn 20e een toneelstuk schreef met mijn dorpsgenoot Sjoerd over een studentenhuis, moest de openingsscène met muziek starten. Het werd een deuntje dat ik van buiten kende; een vrolijk wijsje uit de cd-kast van mijn broer.

Ik heb nooit geweten dat het ’t door Morricone gecomponeerde stuk Main Theme was van de film My Name is Nobody; een spaghettiwestern. Wat dat betreft paste het scenario van “onze Tuinstraat 14” misschien wel een beetje in dat genre..

toerist in eigen land

In 2019 bezochten 2,7 miljoen toeristen het Rijksmuseum. Het was dan ook ongekend dat we vorige week vrijdag op een vrijwel leeg plein voor het museum stonden, en met een paar enkelingen door de Eregalerij wandelden. Een drama voor de culturele sector en het toerisme, een buitenkans voor ons om het museum te bezoeken zonder over de hoofden te lopen.

Er was een tentoonstelling van Caravaggio. Persoonlijk hou ik niet zo van de barokke hysterische schilderijen, maar het hielp wel dat ik juist bezig was in roman Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer waar een van de verhaallijnen gaat over de zoektocht naar het verdwenen schilderij van de kunstenaar met de beeltenis van een extatische Maria Magdalena.

Het was weer voor het eerst dat ik de rust had een roman te lezen na alle hectiek in het verpleeghuis. En met 547 pagina’s bepaald geen niemendalletje. Het boek bevat een liefdesgeschiedenis, maar gaat bovenal over massatoerisme en ‘de uitverkoop van de Europese cultuur’ zoals NRC Handelsblad stelt.

Ik heb genoten van de roman, hoewel ik op gegeven moment wel verzadigd was van de mooie -maar ellenlange gewichtige- zinnen. Al met al een groots boek dat belangrijke maatschappelijke thema’s aansnijdt. Niet voor niets was het ‘de roman’ van het jaar 2019. En toen wisten we nog niet dat 2020 de thema’s nog urgenter en zichtbaarder zou maken..

Ik kijk nu al uit naar Zomergasten waar Ilja Leonard Pfeijffer de rij zal sluiten van een interessant rijtje genodigden.

Van de schoonheid en de troost

Gisteravond organiseerden we weer voor het eerst sinds de crisis een zinzoekersavond met als thema ‘Van de schoonheid en de troost’. Geïnspireerd door het televisieprogramma dat journalist Wim Keyzer 20 jaar geleden voor de VPRO maakte waarin hij een aantal wetenschappers, kunstenaars en filosofen de volgende vraag voorlegde:

“Vertel me wat dit leven de moeite waard maakt. Waarin vinden we schoonheid, en is er over die schoonheid ook nog iets te beweren? Waarom lijken we zoveel meer te weten over onze frustraties? Waardoor worden we getroost?”

Het werd een mooie avond, startend in de tuin en eindigend aan de keukentafel met onweer en stromende regen. We spraken over de schoonheid van slakken, over bibliotheken, over leegte, en de troost van de onverschilligheid. We eindigden met dit gedicht van Wim Brands:

In de eerste nacht nadat ik had
gehoord dat je ziek was
schrok ik wakker.

Het waaide buiten. Het waait, zei
jij, die nog geen oog dicht had
gedaan, en je glimlachte.

Ik begreep het pas later.

Wat er ook is, het zal de natuur
een zorg zijn.

Het waait, het waaide – buiten klonk
de troost van de onverschilligheid.

Vanmorgen was het onweer voorbij, de lucht was geklaard. Siem ging de vissen in ons nieuwe watertje voeren. Hij werd verrast door een verbluffende drijvende schoonheid.

Oehoe

Tussen alle coronanieuws vond ik dit filmpje een verademing. Drie kuikens van de grootste uil van Europa, de Oehoe, zijn uit hun ei gekropen in een plantenbak op het balkon van de Limburgse Jos Baart.

Heerlijk om je te laven aan vrolijk nieuws, aan lichtheid en schoonheid. Behoefte aan inspiratie heb ik. Daarom reden Marien en ik woensdag naar de Achterhoek voor een eerste museumbezoek in weken. In museum More was een tentoonstelling van Jan Mankes, die 100 jaar geleden overleed.

De jonge schilder Jan Mankes had tuberculose en was veel aan huis gebonden. Daardoor schilderde hij vaak dingen dichtbij huis: een vaasje met judaspenning, zijn vrouw, een laantje met bomen, een geitje. Door zijn ogen krijgen al die ‘gewone’ dingen iets betoverends.

Charlotte Caspers (van het Geheim van de Meester) schrijft:

‘Het werk van Jan Mankes trekt steeds opnieuw mijn aandacht, direct of vanuit een ooghoek. Terwijl het juist zo ‘stil’ is. Zijn schilderijen lijken te zeggen: het hoeft niet. Je kunt doorlopen, maar als je even stopt en de tijd neemt te kijken, dan kan ik je iets moois laten zien’.

En mooi is het. In 1913 schilderde hij deze ‘Grote uil op scherm’. ‘Als een boodschapper uit de sprookjeswereld is dit dier‘ schreef Mankes in een brief aan zijn vriend. De betovering die Mankes heeft ervaren bij het observeren en schilderen van de uil is voelbaar als je naar het schilderij kijkt.

Ik denk dat Jos Baart het daar wel mee eens kan zijn.

Foto

Tweede Pinksterdag is al 20 jaar de familiedag van de ‘Uittenbroeken’. Meestal zijn we in Vorden, waar de jongste broer van mijn moeder woont. Onderstaande foto is in mijn beleving op die allereerste familiedag gemaakt, in 1999. Anderhalf jaar voordat mijn opa overleed. Hij zit hier als een pater familias tussen zijn schare, met mijn oma aan zijn rechterhand.

Gek hoe deze foto voor mij ‘de familiefoto’ blijft, terwijl er natuurlijk heel veel veranderd is. Opa, oma, ooms en tante zijn overleden. Partners en heel veel kinderen zijn erbij gekomen.

Morgen zal er voor het eerst in 20 jaar geen familiedag zijn, geen barbecue en gevlieger, geen spelletjes en ‘oma’s cake’. Wel zullen we zoomen, zoals we de laatste tijd vaak even op zondag doen. Oma zou de hele corona-crisis ‘een toestand’ hebben gevonden. En opa en oma zouden bovenal blij en trots zijn dat we -hoe dan ook- de traditie in ere houden.

Het nu houdt het verleden bij elkaar, en het verleden het nu. Mooie woorden uit onderstaand gedicht van Herman de Coninck

Foto

Weemoed is een foto van voor twintig jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Het nu houdt het verleden bij elkaar.

En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.

Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.