Rivieren

Naast romans lees ik graag korte verhalen. Regisseur en vertaler Martin Michael Driessen schreef Rivieren, een bundel met drie mooie novellen waarin rivieren centraal staan. Zo lees je over een acteur die worstelt met zijn alcoholprobleem op een kanotocht in de Ardennen. Het tweede verhaal gaat over ‘vlotters’; Duitse mannen die gekapte bomen de rivier over manoeuvreren en ooit aan het einde van de Rijn willen komen. En in het derde verhaal vormt een Bretonse beek de scheidslijn tussen twee Franse families die al generatie op generatie in onmin leven. 

Toen we deze zomer in de Franse Alpen waren, hebben we een tijd bij een waterval gezeten en daarna de rivier gevolgd naar het dal. Soms gooide Siem een steen in de rivier om hem zo lang mogelijk te volgen in de stroom. Een rivier is leidend, scheidend, kalmerend en gevaarlijk. Deze elementen komen allemaal in de verhalen van Driessen naar voren. Rivieren intrigeren en inspireren.

De Deense singer-songwriter Agnes Obel heeft een prachtig nummer geschreven: The Riverside. In een interview vertelt dat zij ze dit nummer schreef naast de rivier de Spree in Berlijn. “Ik vond de melodie als water klinken Ik wilde een nummer schrijven over hoe mensen kunnen veranderen of transformeren. Ik gebruikte water van de rivier als een grens tussen twee werelden”. 

Halskop

Als kind was ik geen goede slaper. Logeren of schoolkamp was dan ook geen succes. Alle kinderen sliepen al uren, en ik werd steeds wanhopiger van hun zachte gesnurk. Toen mijn vader me weereens ’s avonds laat moest ophalen, noemde de moeder van een vriendinnetje me een halskop. En zo voelde ik me ook. Maar heimwee is onverbiddelijk.

Nieuwsgierig geworden door de titel misschien, las ik Heimwee,de debuutroman van de Braziliaanse schrijfster Luize Sauma. Hoofdpersoon is arts Andre Cabral, geboren en getogen in Brazilië maar woonachtig in Londen. Hij verloor zijn moeder op 16-jarige leeftijd, en vond geborgenheid bij de inwonende hulp Rita en haar dochter Luana. Door een mysterieuze brief ontvouwt zich de geschiedenis. En Andre keert terug naar Brazilië, zijn “heimat”.  

Het boek is prettig en knap geschreven, maar is ook een beetje voorspelbaar. Het is vanuit het Engels vertaald en daar heette het Flesh and bones and water. Of ik de Nederlandse titel Heimwee geslaagd vindt, durf ik te betwijfelen. Deze roman gaat wat mij betreft meer over het in het reine komen met jezelf. En heimwee? Dat kan alleen een dichter goed onder woorden brengen.

De stem van een cello

Waaraan het geluid van een cello doet denken

de cellist Widlund vertelde me dat 
er in dit instrument iets huist – een stem
een al heel oude stem waarnaar je zoekt
als je speelt en die je herkent
als je haar vindt

misschien is het dat waarom ik moet denken
aan de oudste geluiden die ik ken, zoals 
neuriën, zingen, kreunen, huilen

en ook aan de kleuren van een woud in de herfst
alsof je het heimwee hoort van de cello
naar zijn plek van herkomst.


Rutger Kopland

Meegaan met de muziek

Gisteren was ik bij een mevrouw met dementie. Ze verraste me tijdens ons gesprekje met haar vraag: 

Wilt u al dood? 

Ik zou graag nog een tijdje blijven, zei ik. En u?

Ja, zei ze na een tijdje stil te zijn geweest. Ik wil ook nog wel eventjes blijven. 

Gesprekken die ik heb ik het verpleeghuis met bewoners gaan vaak over de dood. De einder is voor ons ook niet meer zo ver, zei een dame laatst tijdens een viering. 

Ik luisterde naar een podcast van de Verwondering met als thema ‘Sterven wat is dat eigenlijk? Hein Stufkens, filosoof en schrijver, zei daarin wijze woorden.

Als iemand dood is gaat de relatie wel door. Iemands essentie wordt eigenlijk steeds zichtbaarder. Iemands biografie, uiterlijk of stem- verdwijnt naar de achtergrond, maar de essentie licht juist meer op.

Acteur Tygo Gernandt vertelt in de Kist over zijn vader

En als het moment dan daar is, dan komt het uiteindelijk toch aan op overgave, aldus Stufkens. 

Men zei mij: 

Sterven is de dood

-die laatste vijand-

aan het eind verslaan

maar misschien is het toch veel meer zoiets als

je speelgoed laten staan 

en als een kind

met de muziek meegaan

Wat loop je nou te lachen

“Van die gozer met z’n peen-en-uien-gezicht moet ik naar de budget-tering” 

Toen ik als 19-jarige student maatschappelijk werk in het Havenziekenhuis stage liep, maakte ik voor het eerst kennis met de ras-Rotterdammer uit het oude noorden. Hoewel ik als groentje uit de polder wel even moest wennen, was ik snel verkocht.  Harde werkers met het hart op de tong. 

Toen er werd gevraagd welke collega’s op een locatie in Crooswijk wilden gaan werken die Laurens zou gaan overnemen, heb ik daarom gesolliciteerd. Het oude noorden heeft mijn hart. Ik heb een tijdje bij mijn vriendin op de Bergweg gewoond en heb heel wat heen en weer gefietst tussen de mijn latere huis aan de Stadhoudersweg en de Bergweg.

Sinds januari mag ik in Rubroek, een verpleeghuis in volkswijk Crooswijk, de dienst geestelijk verzorging gaan vormgeven, samen met een collega. 

Ik blijf op mijn vertrouwde locatie Liduina in Hillegersberg, maar iedere dinsdag fiets ik nu de andere kant op vanaf station noord. Via de Zwart Janstraat naar de Crooswijksekade om daar vanachter een mondkap begroet te worden door de bewoners in de hal:

“Wat loop je nou te lachen?” 

Het zoutpad

Ik hou van wandelen omdat het langzaam gaat, ik heb het vermoeden dat de geest, net als de voeten, met een tempo van zo’n vijf kilometer per uur functioneert. Als dat zo is, beweegt het moderne leven sneller dan de snelheid van het denken, of de bedachtzaamheid.  – Rebecca Solnit

Er kan een heleboel niet in deze crisis, maar premier Rutte heeft in april gezegd dat wandelen kan en mag, want ‘Wandelen is goed voor iedereen’.

Op aanraden van mijn moeder las ik ‘het Zoutpad’ Het is het indrukwekkende en inspirerende reisverslag van de 50-jarige Raynor Winn en haar man Moth. Binnen een week tijd verliezen ze hun boerderij en al hun bezittingen. Tot overmaat van ramp krijgt Moth te horen dat hij een levensbedreigende ziekte heeft. Wanhopig, ziek en berooid besluiten ze met een klein tentje en twee rugzakken te gaan wandelen. Het oeroude South West Coast Path. 

Wat volgt is een tocht van ruim 1000 kilometer langs de ruige kust van Engeland; hitte, kou, regen, honger, dorst, smerigheid, pijn en heel veel afkeurende blikken. Want: vies, dakloos, arm. 

Ik heb het ademloos uitgelezen. De cadans van het pad neemt ook als lezer bezit van je.

Wat mij -als schijtlaars en comfort-prinses- het meest raakte was de staat van dakloosheid. Het idee dat je geen huis hebt waarnaar je kan terugkeren. Alleen een klamme koude tent. Het verlangen, ook als lezer, dat je zelfs van een houten schuur of een strandhuisje een huis zou willen maken.

Uiteindelijk beschrijft Winn prachtig de louterende werking van de reis, de verbondenheid met de natuur en de solidariteit tussen twee mensen die van elkaar houden. En het is bovenal een ode aan het wandelen; gewoon de ene voet voor de ander zetten en het pad volgen. 

Wandelen is goed voor iedereen. Ook voor de schijtlaarzen en comfort-prinsessen onder ons.