Boekenblues

Vakantie betekent voor mij een tas met boeken mee. Deze keer had ik de debuutroman van Benedict Wells mee: Becks laatste zomer. Ik las Portret van een man van de Deen Jens Christian Grøndahl en ik nam de tijd voor het vuistdikke ‘Het lot van de familie Meijer’ van Charles Lewinsky. Alle drie goed, hoewel totaal verschillend in thematiek, schrijfstijl en verhaal.

Wat maakt een boek goed? Ilja Leonard Pfeiffer, laatste Zomergast van dit seizoen zei daar iets moois over:

Het allerbelangrijkste van een roman is het decor. Wat je bijblijft is de sfeer, dat is hetgeen wat je weer naar het boek doet grijpen.”

Vaak weet je na een tijdje het verhaal , plot of de naam van de hoofdpersoon niet meer zo goed, maar de sfeer blijft hangen.

Ik ben weer drie keer volledig opgegaan in die sfeerwereld. Zeker na de 650 pagina’s over de familie Meijer deed het een beetje pijn om afscheid te nemen van de personages en hun wereld te verlaten. Terwijl –dat moet gezegd- het daadwerkelijke decor waarin ik las; de Franse Alpen ook adembenemend was..

Marien heeft weleens gemopperd over de ongezelligheid van een lezende vrouw. Hij bereidt zich inmiddels voor en leest zelf ook boeken op vakantie.

Onderstaand gedicht van Joke van Leeuwen zal hem dan ook bekend voorkomen:

Boekenblues

Jij leest boeken bij het opstaan
jij leest boeken in het bad
jij kunt lezend op je kop staan
jij loopt lezend door de stad
en jij weet alles van de maatschappij

maar liefje, wanneer lees je mij?

Jij leest boeken op terrassen
in de bergen, aan een meer
jij blijft lezen bij het plassen
en aan tafel lees je weer
en jij weet alles van de maatschappij

maar liefje, wanneer lees je mij?

jij leest boeken in de bomen
jij blijft lezen in de mist
jij blijft lezen bij het flossen
je zult nog lezen in je kist
en jij weet alles van de maatschappij

maar liefje, wanneer lees je mij?

Ik ga schrijven op mijn benen
ik ga schrijven met de hand
van mijn hoofd tot aan mijn tenen
op mijn voor- en achterkant
en dan schrijf ik wat ik net al zei:

LIEFJE! LIEFJE! LEES JE MIJ?!

O yeah

Roltrap naar de maan in de Alpen

Gister teruggekomen van een heerlijke vakantie in de bergen. En wat is het ook weer fijn thuiskomen na twee dagen op de Franse snelweg. Marien achter het stuur, Siem op de achterbank en ik regelde de muziek. Twee jaar geleden werden we horendol van Dirk Scheele die Siem eindeloos wilde horen. Dit jaar was album ‘Roltrap naar de maan’ van Klein Orkest favoriet (het wordt gelukkig steeds beter..)

Harrie Jekkers en Koos Meinderts schreven de teksten in 1985. Ik was toen zes, even oud als Siem nu. De liedjes hebben de tand des tijds glorieus doorstaan. Siem zingt de Kinderverslinder vrolijk mee. Dit nummer mocht in Sesamstraat maar 1 keer uitgezonden worden omdat ouders bang waren dat kinderen de tekst te letterlijk zouden nemen..

Je denkt als kind heel vaak: wat kan me nou gebeuren
met een grote broer en sloten op de deuren?
Nou vergeet het maar,
er dreigt een groot gevaar
en als hij komt dan ben je gloeiend de sigaar.
Hij is lang en loopt enigszins gebogen,
hij heeft een warme stem en lieve zachte ogen,
maar in zijn binnenzak
draagt hij een grote hak-
bijl waarmee hij jouw hoofd, klap-klap in tweeën hakt..

Ik blijf ‘Mijn vader is een leugenaar’ het leukste nummer vinden. De Franse Alpen zullen vanaf nu altijd verbonden zijn met stem van Harrie Jekkers.

Laten wij geen ogenblik bederven

‘Zorg dat je dit boek leest met je meest geliefde persoon in je nabijheid, want die ga je stevig en teder willen vasthouden’ schreef Monique Burger van De Nieuw Boekhandel over ‘Het einde van de eenzaamheid’. Deze roman, geschreven door de nog jonge Duitse auteur Benedict Wells, raakt aan de diepmenselijke angst om datgene te verliezen wat je het meeste lief is, maar tegelijk is het een hoopvol boek over vriendschap, liefde en veerkracht. Een meeslepend en ontroerend verhaal dat ik niet naast me neer kon leggen. Het was nacht toen ik de laatste bladzijde omsloeg. En toen kon ik het inderdaad niet laten naar boven te gaan om mijn slapende kind te zoenen om vervolgens dicht tegen mijn warme man aan te kruipen. Ach, laten wij geen ogenblik bederven ..

Aan een vriend

Ach, laten wij geen ogenblik bederven

voor wie van ons het eerst zal moeten sterven,

en laten wij ook nimmer praten

van alles wat wij huichelden en haatten.

Zolang een vlerkgespreide leeuwerik blijft zingen

vergeeft zijn God ons al wat wij begingen,

zolang wij kersebomen zacht in bloei zien staan

dan hebben wij nog niemand kwaad gedaan.

Ach, laten wij het leed dat men ons deed, vergeten,

God zal het allemaal wel weten,

en laten we geen ogenblik bederven

voor wie van ons het eerst zal moeten sterven.

Leo Vroman

Verborgen Verleden

Ik kijk graag naar Verborgen Verleden waar bekende Nederlanders op zoek gaan naar hun voorouders. Van de week zag ik Karin Bloemen die geëmotioneerd raakte bij haar familiegeschiedenis die bol stond van geheimen, schaamte en schande. Ze realiseerde zich dat volgende generaties dit tegen wil en dank kunnen meedragen. Je staat immers op de schouders van je voorouders.

Ik las debuutroman Victor van Judith Fanto, een boek die je alleen al door de prachtige cover in je kast wil. Het gaat over haar zoektocht naar de geschiedenis van haar Joods-Weense familie die moest vluchten voor de nazi’s in de tweede wereldoorlog. Een boeiend relaas vanuit het perspectief van de 20-jarige Geertje/Judith en vanuit haar oudoom Victor, het zwarte schaap van de familie.

Geïnspireerd door Victor en Verborgen Verleden ben ik ook eens in mijn familiegeschiedenis gedoken. Een enthousiaste Van Esschoten heeft onze stamboom tot 10 generaties uitgezocht. De eerst bekende stamvader heette Egbert Lutjes en is in 1665 in Beekbergen geboren. Een afstammeling -Willem Luberse heeft een tijd in het buurtschap Eschoten (bij Otterlo) gewoond. Hij verhuisde naar Zeist waar al een Willem Lubberse woonde. Hierdoor ging hij de naam Willem Lubberse -van Eschoten gebruiken (rond 1767)

Ik begrijp wel dat genealogie verslavend werkt. Ik krijg met name behoefte aan meer verhaal: Wat deden ze voor de kost? Hoe kwamen de huwelijken tot stand die in de akten van de burgerlijke stand zijn opgetekend? Ook over de Uittenbroeken (van moeders kant) zijn dingen terug te vinden. Ik zie bijvoorbeeld dat er een lijn van Uittenbroeken is in Hilligersberg, waar ik nu werk; een welgestelde buurt.

Dat zal dan wel de rijke tak van de familie zijn. Je schrijft het ook als Uytenbroeck..

Tijdmachine

“Gouda is een tijdmachine, je kan in elke eeuw uitstappen”

Deze dichtregel komt uit het gedicht ‘Achter de kerk’ van Klara Smeets, de stadsdichter van 2011-2014. Marien werkt met een team hard om van 2022 een groots feestjaar te maken. Gouda viert dan haar 750e verjaardag. De dichtregels zijn te zien bij de entree van de stad in de spoortunnel,en zijn sinds dit weekend uitgelicht.

Afgelopen zondag wandelden we op de plek waar Klara Smeets over dichtte: achter de Sint Jan. We lunchten in de museumtuin van het Catharinagasthuis. Inderdaad een plek waar je betoverd wordt door de historie.

Siem pakte voordat hij zijn tosti verorberde spontaan zijn dagboek en ging aan het werk. Zit hier de stadsdichter van 2032..?

We zullen de foto goed bewaren.

Achter de kerk

de middag wordt
opgeslokt

door schaduw van de kerk
ik loop onder het
halve poortje door
vertraag mijn gang

het tijdstip waarin ik zweef
wordt omgevormd en uitgerekt

stil staan een paar huizen
aan de voet van de Sint-Jan
ze trekken een
grimas van vroeger

Gouda is een tijdmachine
ik kan in elke eeuw
uitstappen

Klara Smeets