Moerasmeisje

Een boek dat ruim 100 weken in de bestsellerlijst van de New York Times heeft gestaan en waarvan meer dan 6 miljoen exemplaren zijn verkocht. Dat moet iets bijzonders zijn. Ik begon vrijdagavond in ‘Daar waar de rivierkreeften zingen’ en sloeg gisteravond de laatste bladzijde om. Het moet gezegd: ik werd gegrepen door het verhaal van het meisje Kya dat in haar eentje opgroeit in het moeras in North-Carolina.

Het is een meeslepend verhaal over opgroeien, vooroordelen, eenzaamheid, liefde en overleven. Knap geschreven, fijne dialogen en vol prachtige natuurbeschrijvingen; de auteur Delia Owens is wildlife-biologe en dit is haar debuutroman.

En toch is het voor mij ‘een mooi verhaal’ zonder blijvende indruk. Het is allemaal iets te gepolijst. Te duidelijk wie goed is en wie fout. Het verhaal is rond en af. Tijdens het lezen bekroop mij het gevoel dat dit materiaal is voor een Amerikaanse film: de setting, de personages, de verhaallijn. En ja hoor, als je googelt vind je al snel de trailer. Waar ik tijdens het lezen nog een verwilderde onaangepaste vrouw voor me kon zien, komt er in de trailer een prachtig meisje tevoorschijn waar niets vuigs of wilds aan te ontdekken valt. Het drekkige moeras wordt in de film een blue-lagoon achtige setting. Te mooi om echt te zijn.

Misschien ben ik ook kritisch omdat ik nog steeds ondersteboven van dat andere boek: ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ waar ik laatst over schreef. Misschien is dat toch de kracht van goede literatuur: dat het niet alleen mooi of onderhoudend is, maar je achterlaat met meer vragen dan antwoorden. En die sfeer die bij je blijft nog weken na het lezen..

Let’s go classical

Doordat ik in Liduina klassieke muziek en poëzie organiseer ontdek ik steeds meer muziek. De ene maand bereidt mijn compagnon Peter de ochtend voor -ook van hem leer ik steeds nieuwe dingen- en de andere maand doe ik het. Spotify helpt ook: Als u dit luistert, vindt u misschien ook dit mooi ..

Steeds vaker ook staat er koormuziek of een zangstuk op het programma. Een aria uit een opera van Handel, een lied van Schubert of een cantate van Bach. Ik vind het vaak ontroerend mooi.

Gisteren volgde ik met mijn nicht Jolanda een zang-workshop in De Garenspinnerij. Het was met recht een zangles met tips over ademhaling en stemgebruik. Ook geen overbodige luxe als je in een verpleeghuis werkt en vaak luid moet praten. Het was een supermiddag.

Hierdoor geïnspireerd direct een concert geboekt in het najaar van een ensemble dat ik al een poosje volg: L’Arpeggiata. Een Europese muziekgroep geleid door luitist Christina Pluhar die oude muziek (Renaissance en Barok) combineert met meer recente muziekstijlen of kunstvormen.

Hier word je toch gelukkig van?

Woeste hoogten

Twee weken vakantie, op 5 plekken logeren. Dat voelt als een maand weg.

Bazel is een prachtige studentenstad waar we geweldige musea hebben bezocht, verkoeling hebben gezocht in de Tinguely-fontein en ons stroomafwaarts in de Rijn hebben laten meevoeren. Erg prettig met 36 graden.

De Franse Alpen zijn altijd weldadig; gewoon de bergen in met een stokbrood, water en chips in de rugzak. Regelmatig een plons in een bergmeer of een lekker myrtylle taartje in een berghut. En dan genieten van het uitzicht.

En tot slot een paar dagen ‘afslappen’ bij Ineke en JanJaap in de Dordogne, waar de dagen verglijden in een heerlijk ritme van lummelen, knutselen, wasjes doen, pannenkoeken bakken, steeds weer lekker eten, en lezen natuurlijk.

Op al die bestemmingen sleepte ik het vuistdikke ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ met me mee. En zonder morren. Want wat een fascinerend boek. Geïnspireerd op de mysterieuze schrijvende zusters Emily, Charlotte en Anne Brontë schreef Anjet Daanje dit bijzondere boek. In elf afzonderlijke verhalen zoeken de verschillende hoofdpersonen naar houvast in het leven. Het gaat over geloof en bijgeloof, leven en vergankelijkheid. En steeds waart daar de geest van Emily Brontë rond (die bij Daanje Eliza May Drayden heet). Een beetje duister allemaal, maar adembenemend mooi.

Het eerste verhaal start in 1847 in Yorkshire en het laatste verhaal eindigt in 2007 in Groningen. En wat een genot; ik heb het nog niet uit. Ook thuis mag ik in eigen tuin of vensterbank nog even lekker verder lezen en in dezelfde sfeer blijven.

Wat ook helpt is Kate Bush. Ook zij werd geïnspireerd door Emily Brontë. Ze schreef haar wereldberoemde nummer nadat ze als 18-jarige Brontë’s roman Wuthering Heights las. Ze gebruikte letterlijke teksten uit het boek en de muziek schreef zij zelf. En ook dat is gerust magisch te noemen.

Poppenspel

Als kind speelde ik graag met anderen: samen verkleden of toneelstukjes maken. Ook vermaakte ik me prima in m’n eentje; eindeloos tekenen, verhalen schrijven. Bij Siem zie ik soortgelijke voorkeuren. Gisteren had hij de dag van z’n leven als linkerhand van Goudse Gigant Floris de Vijfde, een van de reuze-poppen die kunstenaar Evert Josemanders maakte voor Gouda750. Helemaal in zijn element schudde hij iedereen de hand, en vertelde dat hij dat de stad aan hem haar stadsrechten te danken heeft.

Psychiater en pionier op het gebied van spel-onderzoek Stuart Brown onderscheidt acht spel- types:

Het spel van de grappenmaker speelt met zin en onzin en maakt anderen aan het lachen met bijzondere invalshoeken en onverwachte kwinkslagen. De grappenmaker nodigt mensen uit om naar zichzelf te kijken en brengt vaste gewoonten ter sprake.

De beweger wil bewegen, zijn lichaam voelen en stimuleren. Bewegers zijn dol op zwemmen, rennen, dansen, wandelen, yoga, voetballen – niet in de eerste plaats vanwege de competitie maar omdat ze dit zo graag doen. Ze willen hun lijf voelen en ontdekken hoe ver ze kunnen gaan.

We beginnen allemaal als onderzoeker of verkenner als we als kind eindeloos de wereld onderzoeken. Onderzoekende spelers blijven hier plezier in vinden. Sommigen gaan op reis naar steeds nieuwe plekken, anderen zoeken steeds een nieuwe emotie of beleving op (in muziek bijvoorbeeld).

De uitvinder wil een oplossing vinden voor een bestaand probleem of iets nieuws creëren dat het leven vergemakkelijkt. De uitvinder speelt met gedachten en materialen, bedenkt nieuwe combinaties, maakt nieuwe producten, kijkt of iets werkt en hoe iets beter of mooier gemaakt kan worden.

De strijder of uitdager houdt van spelen met duidelijke regels, waarbij competitie belangrijk is;. Hij geniet van het spel door anderen uit te dagen en het streven om de beste te zijn.

De regisseur is een organisator, een drijvende kracht in een groep. Dol op plannen, op activiteiten uitvoeren en groepen in beweging brengen. Ze tonen hun creativiteit in het bedenken van interessante ervaringen en het bijeenbrengen van mensen met verschillende kwaliteiten.

De verzamelaar beleeft plezier aan het verzamelen van de mooie en interessante objecten of ervaringen. Verzamelaars verbinden zich vaak met gelijkgestemden en wisselen uit wat ze hebben ontdekt. Ze willen weten hoe iets werkt, brengen ordeningen en zoeken uit wat een object of ervaring aantrekkelijk maakt.

De maker wil natuurlijk iets maken – door te schilderen, hout te bewerken, potten te bakken, te breien, te tuinieren, te behangen, fotograferen. Het gaat er vaak om iets te maken dat raakt aan schoonheid.

Voor de verhalenverteller is verbeelding de sleutel tot spelen. Die is er dol op om een fantasiewereld te scheppen door dansen, toneelspelen, goochelen of schrijven. Maar ook lezers en filmkijkers, die in de wereld van een boek of film stappen en zich in de personages verplaatsen, horen bij dit speltype.

Natuurlijk ben je vaak een combinatie van speltypes. Stuart Brown benadrukt het belang om de speelse attitude bij jezelf en anderen te stimuleren en dichtbij je eigen speltype te blijven: zoek het op in werk of hobby. Bij mij lukt dat aardig durf ik te zeggen; regelmatig wat creëren, hier en daar wat grappen maken en vooral veel verhalen vertellen.

Ik denk dat we in het geval van Siem kunnen zeggen dat de appel niet zo ver van de boom valt..

Geen vliegschaamte

Ik ben geen globetrotter. Mijn meest avontuurlijke trip was onze huwelijksreis naar Jordanië en Israel. Inmiddels is iedereen wel doordrongen dat vliegen slecht is voor het milieu. Het is voor mij geen offer om dit te laten. Ik heb meer dan genoeg aan Europa. Wel lees ik graag boeken uit alle windstreken.

Deze week was ik in Zuid Afrika, met de Booker Prize- bekroonde roman ‘De Belofte’ van Damon Galgut. Het boek gaat over de witte familie Swart die een boerderij bezit in de omgeving van Pretoria. Het verhaal beslaat vier episoden, steeds met zo’n tien jaar ertussen. Steeds komt de familie bij elkaar ter gelegenheid van de begrafenis van een van de familieleden. Familieconflicten komen steeds weer bovendrijven waarvan de belangrijkste: de belofte die vader Manie deed aan zijn stervende vrouw. Hij had aan haar beloofd dat de trouwe zwarte hulp Salome het huisje naast de boerderij zou krijgen. Alleen de jongste dochter Amor brengt deze belofte steeds weer in herinnering bij haar vader, broer en zus.

Het is een familieverhaal, maar staat daarbij bol van de symboliek en verwijzingen naar de politieke en economische situatie van Zuid Afrika. Het is al met al geen vrolijk verhaal. Net als het land worstelt de familie Swart met hun geweten, niet nagekomen beloftes, slechte gewoonten, dromen, mislukkingen en verdriet.

Els van Swol, recensent van Literair Nederland schrijft: Ondanks alle geweld, lijkt het land momenteel op een keerpunt te staan. De naam Amor lijkt dit uit te drukken en houdt een belofte voor de toekomst in. 

Intrigerend boek, fascinerend land. Een aanrader deze trip naar naar Zuid Afrika zonder vliegschaamte.